Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om zijn kennis met roem bekend, lag het leven vol belofte voor hem — vol onvervulde beloften helaas. De taak, die het belang eener partij, welke zijn geestdrift met fiere opolfering gekozen had, hem oplegde, was te zwaar voor den negentien-jarigen Marnix van Tholouze, des onsterflijken Aldegonde's broeder; hij was niet voor haar plichten berekend — en nog minder voor het loon, dat zij hem zou schenken.

Deze beiden vielen in den strijd; voor de meesten zou het schavot worden opgeslagen eer zij den kamp nog hadden kunnen voeren. De bekwame Bakkerzeelen, Egmonds secretaris, wiens doorzicht in staatszaken zelfs Oranje prees, zou na ongehoorde folteringen onder den bijl sterven, omdat hem geen verraad van zijn meester te ontlokken was, en met hem zouden zijn vrienden, die beide krachtige Noordsche gestalten, de graven van Datenburg sterven, op 't zelfde schavot waarop zóó velen hun vrijheidszin boetten, dat hun namen nauwelijks meer afzonderlijk kunnen vermeld worden. Er waren bijna geen aanzienlijke geslachten in de Nederlanden onvertegenwoordigd in dat bond, en bijna geen of het zou zijn daad met bloed bezegelen; het zou zijn leden op den brandstapel, zooals van Utenliove, of onder 't zwaard des beuls, zooals Galama en Waroux, van hun geloof zien getuigen, en op martelaars bogen, benijdenswaardiger nog dan een De Villiers, die door geen verraad van eigen zaak zijn leven bewaren kon, maar met dat verraad bevlekt zou heengaan; benijdenswaardiger dan een jonge graaf Mansfeld, die door slaafsche onderwerping aan het bestuur, dat hij nu beleedigde, eens zijn vergeving zou koopen. In die lange rij was er schier geen enkele liguur, die niet later de held van een treurspel zou worden, 't zij een van snellen bloedigen dood, 't zij een van langzaam verkwijnen, van teleurstelling en hartbrekende smart, of van nog bitterder zedelijk verval. Nog maar een korte tijd, en de ijzeren sikkel der tirannie zou de bloem dier geheele schaar, die de gedenkwaardige zesde April nog in al haar kracht en levenslust aanschouwde, onverbiddelijk hebben weggemaaid.

»De slachtoffers van den prins van Oranje," zeide Reinout spottend tegen Viale, terwijl beiden uit een der bij het paleis gelegen woningen den stoet zagen voorbijtrekken, »hij triomfeert vandaag."

De graaf knikte: »ik althans heb geweigerd bij de aanbieding van hun fraai smeekschrift tegenwoordig te zijn, en bij te wonen, hoe het bestuur zich vernedert door met deze kwaadstokers en werktuigen te onderhandelen."

»De landvoogdes schijnt overigens die plechtigheid ook zonder veel getuigen te willen verrichten, want bij mij zou haar uitnoodiging

Sluiten