Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord van haar koninklijken broeder genoeg om haar weder aan 't wankelen te brengen, en een tegenstand tegen wat men haar als 't belang der kerk had doen eeren vervulde haar met onovenvinnelijken afschuw. Aarzelen, tijd winnen en onzekere beloften doen, was bij den aard van haar omstandigheden en karakter al wat zij vermoeht, en die middelen wendde zij getrouwelijk aan. Zij had den edelen een ontwijkend antwoord gegeven en bleef daarmee volhouden, hoe ook de bondgenooten een oordeel over hun daden zochten uit te lokken. »De tijd en hun verder gedrag zouden daarvan het best getuigenis alleggen," had zij op het driemaal herhaald verlangen geantwoord om openlijk te verklaren, hoe zij over de wijze dacht waarop de adel zich van zijn plicht kweet, en terwijl zij hiermee de ontevredenen in spanning hield, trachtte zij ook de koninklijke partij te voldoen, door diegenen van haar hofhouding, die aan het verbond hadden deelgenomen, uit haar dienst te ontslaan en zich zeer gunstig voor allen te toonen, die het bestreden. Gedurende ongeveer twee maanden werd van den kant der regeering zoowel als der edelen een schaakspel gespeeld, waarbij iedere partij de tegenstanders zocht te verschalken en inmiddels haar doel te verwezenlijken: hier de onderdrukking der hervormden en het beletten van hun prediking, daar hun vrijheid en het onbeperkte recht voor hun godsdienstoefening. Men bespiedde elkaar van weerskanten en berekende, of verzoening of strijd zou volgen, maar terwijl men zoo elkander gadesloeg, was er nog een derde macht op welke beiden even nauwkeurig moesten letten, en die eigenlijk beiden in toom hield.

Brederode mocht jonker Willem zijn steun noemen, nog wilden de Spanjaarden den prins van Oranje niet als hun vijand aanmerken, en naast hem stonden de drie overige aanzienlijkste grooten, de graven van Egmond, Hoorne en Hoogstraten, welke evenmin het smeekschrift hadden onderteekend en die men toch als aanhangers er van beschouwde. Zoolang zij nog onzijdig waren, durfdeniemand recht den eersten slag slaan. De bondgenooten wilden niet tot handelen komen, voor zij van die hulp verzekerd waren; het gouvernement draalde met maatregelen die zoo gewichtige onderdanen tot openbare vijanden zouden maken, en dus bleven beiden het stelsel van loven en bieden volgen. Terwijl de koning op raad der landvoogdes brieven vol vertrouwen en teederheid schreef, poogden de bondgenooten hen door aanbieding van volkomen onderworpenheid te winnen; oprechter gemeend, maar even vruchteloos. Oranje wilde zijn rol van afwachting nog niet opgeven, en Egmond, met zijn vermetele ridderlijkheid geneigd een zaak zonder veel waarborgen te omhelzen, was in zijn hart te zeer koningsgezind om zich op den

IN DAUKN VAN 8TUIJU. III. 2

Sluiten