Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den menschelijken onzin, die hen tot het verkondigen dier wijsheid bracht; mijn ego'isme belooft u, dat gij een goeden hoorder znlt hebben."

Dalvilliers sloeg hem ernstig gade. «Waarom wilt ge ook mij misleiden?" vroeg hij; »men prijst 11 gelukkig, denkt gij dat ik in dien waan deel ?"

»Daar gij er alle reden voor hebt, ja. Geen zorgen, geen lastige bezigheden, geen onaangename betrekkingen, altijd vrijheid zichzelf, dat beminde voorwerp onzer gedachten, te bestudeeren, en de geheele wereld als het doek te beschouwen, waarop men al de lijnen van dat model schildert; ik zou mij zelf benijdbaar kunnen vinden."

»En te leven zonder belangstelling of liefde voor de menschen om zich heen, of voor zijn eigen ik," antwoordde Dalvilliers; »voegdien trek nog aan uw schilderij toe, het beeld zal dan eerst volkomen waar, en volkomen zoo troosteloos zijn, als gij zelf het beschouwt. Doe u zelf geen onrecht; gij zijt niet zoo klein om in egoïsme .te kunnen opgaan, waar de grootste gedachten ieders hart aandoen; om gelukkig te kunnen wezen, waar gij niet werkt voor het geluk van anderen en geen heilig doel u voor oogen staat. Reinout, waarvoor dient uw leven?"

«Waarvoor? gij vordert de oplossing van raadselen, die geen wijsheid en die geen geloof kan verklaren. Wat het doel is van mijn bestaan, vraagt gij; wat is het doel van alles? vraag ik tot antwoord. Deze onvolmaakte wereld met al haar schuld en leed, draagt zij niet een vraagteeken op het voorhoofd, dat al ons streven nooit kan uitwisschen? is het geen ijdele poging, zulk een groot doel in óns bestaan te zoeken, terwijl zij, ons aller wieg en graf, er geen vertoont? Onze denkers hebben zoo dikwijls peinzend gevraagd, waarvoor de dood is; was het niet beter te vragen, waarvoor het leven dient, en dan te antwoorden, wat helaas de waarheid is: ik weet het niet, en ik zal het nimmer weten?"

Reinout sprak nu op ernstigen, natuurlijken toon, want hij voelde dat de scherpe blik van den edelman door geen spot te misleiden viel, en een uitdrukking van diepe somberheid rustte op zijn gelaat, terwijl Dalvilliers antwoordde: »gij spreekt alleen van het leven en den dood, voor mij bestaat nóg iets, voor mij is daar de eeuwigheid. In haar geloof ik dat wij een antwoord zullen vinden; maar ook al zweeg zij, het is toch een misplaatst leven, dat met een vraagteeken sluit. Ja, Reinout, het leven, dat verklaart geen waarde in zich zelf te hebben gevonden, verklaart ook geen waarde voor anderen te hebben gehad, want dan zou hun liefde het niet tot die moedelooze vraag hebben doen komen; het verklaart nutteloos te zijn geweest en brandmerkt zich zelf."

Sluiten