Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voerden bijlen en knuppels mee, tot zelfverdediging bestemd, als de dienaars der inquisitie, gelijk reeds maar al te dikwijls gebeurd was, hen zouden overvallen, doch onwillekeurig l ichtte hun hand de wapens dreigend tegen een gebouw op, dat van de macht der heerschende kerk sprak, die hun geloof verdrukte, en tegen wier zinnebeelden men hen als afgoderij en duivelswerk gewaarschuwd had. Het was de natuurlijke, bijna onbewuste beweging van een lang getergde wrok, maar wat eerst slechts bedreiging was, het werd plotseling daad. Waarom zou de bijl niet toeslaan, en deze muren, waarin een overmoedig papisme huisde, verbrijzelen ? waarom zou de vervolgde ketter zijn vervolgers niet met even harde munt betalen? In een ruwe, opgewonde menigte moest het denkbeeld tegelijk de uitvoering zijn, en eer de gevolgen waren berekend, ja eer het voornemen nog met klaar bewustzijn gevat was, had men het feit reeds voltrokken. Men stormde de abdij binnen, sloeg kort en klein wat te vernielen was, en daar men geen tegenstand vond, klom de overmoed, die het werk begonnen had, tot waanzinnige hoogte, want de schrik, die zonder twijfel de razenden zou bevangen hebben, als hun eerste poging op verzet gestuit was, beteugelde nu niet hun woede. Zij snelden voort, waar zij kwamen verwoestend en plunderend, terwijl niemand zooveel onverschrokken plichtgevoel toonde, dat hij waagde zich tegen deze ellendigen te weer te stellen. Een bende van ongeveer vijftig menschen, matrozen, schippers, boeren en liederlijke vrouwen kon op deze wijze in weinige uren tallooze kapellen en kloosters vernielen, niet heimelijk, niet volgens een vooraf beraamd plan, neen, met onbesuisde drift en ten aanschouwe van duizenden. Men mocht sinds lang tegen de «heidensche versierselen der hoere Babylons, zijnde den vromen tot ergenisse ende ontstichting in haar kerken te zien," gepredikt, ja zelfs op zulk een bedrijf gewezen hebben, de uitvoering geschiedde onbezonnen, zooals daden van het oogenblik plaats grijpen. De misdaad van een enkele noodlottige opwelling was de beeldstormerij, schandelijk voor de Protestanten, die er aan deelnamen, schandelijk ook voor de Katholieken, die ze niet beletten!

Dat een gebeurtenis als de7e spoedig bekend moest worden, liet zich denken; zij was zóó ongehoord en werd zoo zonder schroom bedreven, dat het gerucht er van zich terstond overal verspreiden moest, om overal de gemoederen in beweging te brengen, en vandaar ook dat men in Antwerpen reeds zoo snel van de voorvallen bij Sl. Omer onderricht was geweest. Men had gevoeld, dat iets op handen was; men kende de woeste stemming, die juist in deze streken heerschte, en had dus slechts een vage mededeeling noodig om midden in den geest der tumulten te zijn, die daar hadden plaats gegrepen.

Sluiten