Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men roofde niet; die zwijgende overeenkomst werd door niemand geschonden, zelfs niet toen de nachtmaalswijn aller gemoederen nog meer had verhit. Terwijl de beker rondging, hieven enkele stemmen den kreet van: leven de Geuzen! aan; maar die klank, door zoo weinigen voortgebracht, was in het holle gewelf te akelig om bijval te vinden. Hij scheen meer een angst- dan een jubelkreet, zooals de echo hem uit iederen donkeren hoek schel en wanluidend herhaalde, zooals het gedruisch der van alle kanten neerploffende steenblokken hem verzelde, want door de hamerslagen losgemaakt vlogen overal gedeelten van het muurwerk naar beneden en bedekten den grond met hun puin. Het scheen een wonder, dat niet allen verpletterd werden, want niemand ontzag zich, maar ondanks ieders vermetelheid, ondanks de duisternis, bekwam geen der razenden letsel, of werd door den huiveringwekkenden aanblik, dien zij overal, waar de roode gloed van hun toortsen straalde, moesten aanschouwen, in 't minst tot nadenken gebracht. Vier uren duurde de verwoesting; dan snelden zij nog met dezelfde drift verder, om het werk, in de hoofdkerk begonnen, door de geheele stad te voltooien. De koele nachtlucht woei om hun gloeiende hoofden, maar zonder hun gedachten tot kalmte te brengen. Het was omstreeks twaalf uur toen zij de Kathedraal verlieten, vijf uur later waren in gansch Antwerpen geen kerken, kapellen, kloosters of abdijen meer, die niet de sporen van geweld vertoonden, geen waarin niet onherstelbare schatten van beeld- en schilderwerk voor de kunst, van belangrijke manuscripten voor de wetenschap verloren waren. De opgaande zon bescheen een tooneel van verwoesting, stuitend in zich zelf, maar dubbel stuitend omdat het in naam van godsdienstige beginselen wilde spreken, en van den kant der daders de jubelkreten eener akelige vreugde uitlokte, verzeld door een luid geroep van «leven de Geuzen! leve de prins van Oranje!" namen, die op déze lippen als de bijtendste ironie in de ooren hunner dragers moesten klinken.

Geen der op die wijze geëerden, of liever beleedigden, vernam echter dien kreet. De leden van het verbond hadden Antwerpen verlaten, zoodra zich de tijding der gebeurtenissen te St. Omer verspreidde, en de prins van Oranje bevond zich te Brussel, waar alle stadhouders om de landvoogdes verzameld waren en over de maatregelen, die men nu te nemen had, beraadslaagden. Margareta's ontsteltenis ging alle beschrijving te boven. Aan een zinnelooze gelijk ijlde zij door haar paleis, overtuigd dat een groot Protestantsch leger op weg naar Brussel was en haar leven binnen de hoofdstad geen oogenblik veilig mocht heeten. De snelle voortgang van onlusten, wier aard en omvang eigenlijk nog niemand kende, had haar alle

Sluiten