Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Duitsche Protestanten tot hulp der opstandelingen zou aanrukken, waren algemeen verspreid, en op die provinciën, waar men een inval van zulke troepen het eerst wachten kon, zagen ook de leden dezer zegevierende partij met bezorgdheid. Wat een Hugenootsche armee betrof, zoo stonden Valenciennes en de andere Waalsche grenssteden daaraan het meest bloot; voor Duitsche hulp zag men het angstigst naar Gelderland, en 't was ook slechts naar die provincie dat zich Yiale's blikken wendden. Gelderland met zijn scherpe, ongedekte grenslijn was zeker voor het binnentrekken van vreemde manschappen geschikt, en de graaf had daarenboven nog een andere reden dan zijn staatkundig belang, die hem het oog juist daarheen deed richten.

Het scheen vreemd, maar te midden van al de vragen en stormen van den bewogen tijd, waarin niemand uren genoeg kon overhouden om zich in het hart van hen te verdiepen, wier naam niet aan den heerschenden partijstrijd verbonden was, hield de machtige adellijke zich voortdurend met de gevoelens van een jonkman bezig, die geenerlei invloed op de politieke omstandigheden kon oefenen. Sinds Edward Brussel had verlaten, was het of de hoofdstad voor Viale leeg en eenzaam geworden was. Men begreep niet wat den koelen edelman met zoo vasten band aan den vreemden jongeling gehecht had, maar men zag zijn smart over diens vertrek, en wie hein in 't openbare leven en in den raad der landvoogdes kende, zou met verwondering de brieven vol teederheid en onderdrukt verlangen gelezen hebben, waarmee de graaf ook de kleinste bijzonderheid in het leven van zijn zoo gemisten beschermeling bleef volgen. Toch riep hij hem niet terug. Hij hoorde gaarne van het nieuwe, werkzame bestaan, dat deze in Gelderland had gevonden, van al wat maar van de godsdienstige denkbeelden, die hij zoozeer vreesde, kon afleiden; daarom verbond zich voor hem aan de beeldstormerij ook de persoonlijke vraag, hoe zij Edwards oordeel veranderen zou.

Viale had naar waarheid ondersteld, dat de tooneelen der verwoesting, die zich eensklaps zoo ruw voordeden, op alle nog wankelende gemoederen een indruk van afschuw zouden maken, die hen weder met hun oud geloof verbond; ook op Edward, meende hij terecht, moesten zij dien invloed oefenen. Hij had den godsdienst, tegen wiens geheiligde symbolen zich een laag geweld schendend verhief, eens van ganscher ziele beleden; zijn liefde voor de gehoonde en bedreigde kerk moest nu, zoo er nog maar een vonk van de vroegere gehechtheid in zijn borst gloorde, opnieuw ontwaken. Wanneer de schoonheid van een geliefd voorwerp niet langer verblindt, wanneer het zelfs in de eens zoo bewonderende oogen ijdel en doelloos is geworden, zal toch, zoo het gebroken terneerligt, een wee-

Sluiten