is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

edele trekken voor den aanblik dier lage wezens beveiligen, wier kreten tot hem doordrongen.

Daarna verliet hij de schuur. Buiten stonden twee grof gekleede boeren en staarden op het tooneel der vernieling, met de onverschilligheid van mensehen, die zich bewust zijn, dat zij niets hebben wat men zou kunnen vernielen. Reinout trad op hen toe. »Wi 11 gij een goede som geld verdienen?" vroeg hij.

De oudste der twee mannen zag hem wantrouwig aan. »Als het is, om iemand aan te geven," zeide hij, »dan kunt gij het geld houden, heerschap, wij weten van niets."

»lk wil geen berichten van u; onder de gevallenen is iemand, dien ik goed kende en wiens lijk ik voor schande wil bewaren; als gij hem een eerlijk graf bereiden wilt, dan kunt ge dit ter belooning nemen," en Reinout drukte een zware beurs in de hand van den landman.

Deze aarzelde even. »Was het een Katholiek, dien ik begraven moet?" vroeg hij.

»Neen."

Met een beweging van bijna woeste bereidwilligheid greep de man naar het geld. »Dan is het goed," antwoordde hij, «voor een Protestant wil ik het wagen, maar als 't voor die Spaansche beulen geweest was, zie, ik zou hen liever als aas zien verrotten, dan een hand voor hen uitsteken, dat zij nog ónder den grond kwamen; zij hebben er óp al genoeg kwaad gedaan."

»En waarom vocht ge niet mee?"

»Omdat ik wel wist, dat het met den heelen boel toch naar den duivel ging; niet waar?" vervolgde hij zich tot zijn kameraad wendend, »het was nog te vroeg."

»Ja," antwoordde deze, »en wij hebben tijd."

Reinout deed geen verdere vraag; zwijgend bracht hij beide mannen bij het lijk en verloor ziel» dan onder de menigte. »Arme Dalvilliers," mompelde hij, «luidt gij maar iets meer van den kalmen, berekenden aard van uw volk bezeten, deze verstandige menschen behoefden u niet te begraven."

Zijn blik was zeer scherp, en toch was hij een kortzichtige, waar het de toekomst gold. Zijn oogen zagen in deze nederlaag slechts het onvermijdelijke voorspel van vele nederlagen, want de tirannie moest immers zegevieren! Haar overwinning klonk hem uit eiken jubelkreet tegen, die de scharen van het gepeupel ter eerder landvoogdes aanhieven; en hij had gelijk, bij die opvatting moest hij Dalvilliers' oifer noodeloos noemen, moest hij het beklagen dat de edelman voor een waan in den dood had kunnen gaan.