Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kansen der tirannie waren zeer groot, en velen dachten in die dagen als Reinout. Zij zagen met onbenevelden blik om zich heen. en zagen de werkelijkheid, die de dwepers niet zien wilden, in al haar verschrikking. Hun oordeel werd door geen hartstocht beheerscht, moesten zij niet juist oordeelen? Konden zij, de bcdachtzamen, dwalen?

Gelukkig, zij hebben gedwaald. Er zijn tijden, waarin het hartstochtelijke gevoel beter ziet dan het koude verstand, want het hei kent de elementen van gisting, die uit zijn eigen schoot geboren werden, en nu was het zulk een tijd van levendig voelen, dat de berekening

zou overvleugelen.

Had maar ééne stem die profetie verkondigd, of zoo hij aan menschelijke woorden niet wilde gelooven — had maar ééne golf der wild voorbijstroomende Schelde het hem toegeroepen: »wèl hun die thans opstaan, want zij hebben de groote, machtige toekomst voor zich; wee over het kroost aan mijne boorden, zoo het in den strijd aarzelen en zich weder voor Spanje buigen mocht, wat dan zal de hand der vrijheid mij sluiten voor een slaafsche bevolking!" Reinout had dan niet dat gevoel van smartelijke minachting, van hopelooze koelheid in de borst behoeven te dragen. Hij had gevoeld, dat de dood hier zijn verschrikking verliezen mocht, omdat hij voor een beter leven plaats zou maken.

Helaas, zulk een stem weerklonk niet.

Het gejubel der overwinnaars, die schier geen manschap verloren hadden, als men den omgang van hun zege in aanmerking nam, was de eenige blijde toon, die hem tegemoet galmde, en die klonk hem als de bitterste ironie. Hij trachtte zich aan het feest, dat Lanoy gaf, te onttrekken, maar men dwong hem met dien lastigen aandrang, die niet te weerstaan valt, tot deelneming, en zoo zag hij zich genoodzaakt, de uitgelatenheid mee aan te zien, en de gesprekken te hooren, voor wier inhoud hij huiverde. Er was onder deze feestvierende menschen bijna geen die Tholouze en Dalvilliers niet gekend had, velen waren hun vrienden geweest, en toch weerklonk er geen enkel woord, dat hun val beklaagde; men scheen zich zonder eenige herinnering aan het verleden over hun ongeluk te kunnen verheugen. Lanoy verklaarde, dat de eerste vermakelijkheid, die hij dacht te geven, op Tholouze's goederen zou plaats hebben, want dat de landvoogdes hem die als rechtmatig loon voor zijn overwinning schuldig was, en De Burge vroeg schertsend of men hem geen klein deel wilde afstaan, daar de goaderen nu toch maar voor t verdeelen waren. Het veld, waarop de dood zooeven was rondgegaan, scheen reeds nu een akker, waarin de levenden hun baatzuch-

Sluiten