is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tige wenschen, vol geheime ijverzucht op elkander, gingen planten, en in de harten, die zoo blij om de neerlaag van voormalige makkers juichen konden, klopte niet eens dat fanatisme, (lat het afbreken zelfs eener lange, trouwe vriendschap kan verontschuldigen. Reinout wist, dat velen, die thans de landvoogdes hielpen zegevieren, de zaak haatten, waarvoor zij overwonnen, en dat menschen als de jonge Mansfeld, die aan den tocht tegen Valenciennes deelnam, of De°Burge, die aan zijn zijde gezeten was, waarlijk geen ijveraars voor een beginsel konden genoemd worden, dat in zijn gloed alle aandoeningen van gevoel verteerd had. Neen, gekrenkt geloof gaf geen dezer woorden in, die in zijn oor zoo pijnlijk klonken, en die thans in alle streken des lands opgingen; het waren geen dwepers, die zoo onwaardig jubelden, geen blind fanatisme verschoonde hun taal.

Zij waren liet niet, — hij had gelijk, — wanneer alleen de geestdrift voor een groot beginsel tot blinde ijveraars maken kan; maaier is nog een andere ijver, even ongevoelig voor het heil van anderen; dat is het fanatisme der vrees, en in dat opzicht waren zij fanatiek. Er was nog niet genoeg gebeurd, om hen boven den angst voor eigen veiligheid te plaatsen, wijl zij met het gevaar verbroederd waren, maar er was genoeg gebeurd om hen voor die veiligheid te doen sidderen. Zij waren menschen, en het valt zwaar zijn eigen ik op te geven, waar men het door de opolfering van anderen nog meent te kunnen redden; de regeering scheen voor hem, die in haar vervolging wilde deelen, vergevend, beloonend zelfs gezind, en al moest de onderwerping aan haar tot den prijs van eenige herinneringen en gevoelens van vriendschap gekocht worden, al moest men helpen bij het verraad van anderen, was dit niet beter dan op te staan en zelf verraden te worden? Er behoort een groot hart toe, om de slagen, waarin men niet deelt, met gevaar voor zich zelf te willen afweren, en misschien zou Reinout minder hard over deze hovelingen dei vrees gedacht hebben, die het beeld van hun angst aanbaden, had hij overwogen, dat wat zij deden het gewone, en wat hij vorderde het ongewone was. Ieder gevaar maakt in zijn aanvang, als alleen de middelen om het te ontkomen nog overpeinsd worden, alle banden der zelfzucht los, en eerst wanneer de geest voelt, dat hij het gevaar moet trotseeren, worden ook al de gevoelens, boven vrees en zelfzucht verheven, in h ?m wakker, en hij overwint wat hem dreigde, omdat hij zijn egoïsme overwonnen heeft.

Dalvilliers en Tholouze werden nu nog als vijanden beschouwd, wijl men zich met de regeering, die zij bestreden hadden, hoopte te kunnen bevrienden; zij zouden zich een heilig aandenken verwei ven, zoodra het ijdele dier hoop gebleken was, en de tijd, die dat open-