Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baren zou, naderde met rasscher schreden, dan één hunner aanklagers kon denken.

Men had de gezondheid der landvoogdes gedronken en De Lanoy als heer van Tholouze begroet, toen De Burge zei: »als zij in haar nieuwe macht maar niet te trotsch geworden is, om aan den prijs tc denken, dien zij ons daarvoor schuldig is."

«Geen nood," antwoordde de aanvoerder, »wij zullen haar er wel aan herinneren; vrouwe Margareet heeft reden om ons tot vriend te houden, en vergeet zij dat, welnu, voor eeuwig duurt geen heerschappij, ook de hare niet."

»Denkt gij dat de koning zelf zal komen? vroeg De Burge, nut

een vaag gevoel, dat hij dan vertrekken zou.

«Neen; maar of de landvoogdes daarom blijven zal ? er zijn mannen genoe<* in Spanje om haar taak te vervullen; de hertog van Alva zal wel niet alleen komen om vrouwe Margareet een leger te brengen

en dan weer weg te gaan."

Er heerschte plotseling een doodsche stilte. Ieder wist wat c 1 naam beteekende, angstige geruchten hadden hem reeds genoemd, maar dit was voor de eerste maal, dat hij openlijk door Nederlandsche lippen als die van een toekomstigen meester werd uitgesproken.

Het was er de waardige plaats voor. Op een grond nog rood van versch vergoten bloed, met een lucht boven zich, nog vervuld van brandigen rook. en door lippen herhaald die de vrees had doen verbleeken, «laar was het, dat de naam van den man, die Nederlands tiran zou worden, het eerst weerklinken moest. Het waren de symbolen zijner werkzaamheid, die zich hier aan het oog vertoonden, het was bloed, zooals hij dat in stroomen vergieten zou, de schijn van een vuur, zooals hij dat weldra uit honderden brandstapels zou doen opgaan, en de angst, zooals die weldra door hem gerechtvaardigd zou worden.

»Ik wenschte dat die Spanjaard nooit een voet op onzen bodem mocht zetten," zeide De Burge, toen zij zich eindelijk van het feest terugtrokken, tot Keinout; »er is iets in zijn naam, dat iemand koud maakt al weet hij niet waarom. Lanoy neemt de zaak kalm op, maar 'zooveel goeds hebben wij juist ook niet van dien Toledo gehoord,

om blij over zijn komst te wezen."

«Gij zijt immers een geloovige, ijverige Katholiek," antwoordde Meerwoude koel; hij was zoo vervuld van de akelige kleinheid, die zich om hem heen vertoonde, dat hij op dit oogenblik bijna met genoegen aan een gebeurtenis dacht, die de stemmen, wier geluid hem hatelijk was, in doodsche vrees zou doen verstommen, en deze lachende gezichten bleek als spooksels zou maken.

Sluiten