is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Ja, een goed Katholiek ben ik in den grond der zaak altijd geweest," vervolgde De Burge neerslachtig, »maar de Spanjaarden zijn zoo fanatiek, en iemand kan nooit weten of zijn bekenden niet allerlei van hem verteld en verzonnen hebben; men kan zoo weinig op menschen aan, als zij hun voordeel met zulke uitstrooisels willen zoeken."

Men kon inderdaad zeer weinig op hen aan. Hij leverde een zoo onomstootelijk bewijs voor deze stelling, dat Reinout niet den minsten lust gevoelde hem tegen te spreken, en beiden zwegen geruimen tijd.

»Wat zegt gij er van, Meerwoude?" begon de edele eindelijk opnieuw; »als wat denkt gij dat Alva zal komen, als landvoogd?"

»Als rechter," antwoordde Reinout, »en hij zal veel te oordeelen hebben."

Er was iets snijdends in zijn stem, dat aan het geluid van een mes deed denken, zooals het wordt aangezet om scherp te snijden, en misschien dacht hij zelf daaraan terwijl hij, onverstaan door De Burge, sprak: al kost liet eenige nietige levens, er zal dan ten minste een man aan het bewind zijn, en deze stemmen zullen zwijgen." Zijn blik zwierf nog eens over het geheele tooneel; verwoesting, akeligheid en gruwel, waar hij zag. Eenige schrille, wanhopige kreten troffen zijn oor. »Wat gebeurt daar?" vroeg hij een soldaat, die juist dien kant afkwam.

»Wij hebben de driehonderd man, die zich straks gevangen gaven, neergeschoten, ze waren toch niet te bewaken," gaf deze kalm ten antwoord.

»Ja, waarom zou Alva niet komen? De regeeringsgezinden waren er rijp voor, de ketters, het geheele volk was rijp, rijp voor de schuur der tirannie, en als een angstwekkende leus ging dat woord, in het kamp van Oosterweel gesproken, door het gansche land. Alva naderde; de beeldstormerij had haar vrucht gedragen.