Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem duidelijk. «Gij hoort dat men u hier niet verlangt," zeule hij,

«verwijder u."

»Ik wil eerst mijn geld hebben," klonk het ruw.

»Gij zult wat u toekomt ontvangen, maar gU verlaat oogenblikkelijk dit huis, en ik raad u mij dat bevel niet te doen herhalen

«Zeker Uw Edelheid, zeker, in woorden k"Jg & altijd wat my toekomt, maar geld heb ik in lang niet hooren klinken, en is toch mijn liefste geluid; als de jonge heeren het van my oenen, vinden zij dat ook, maar komt het op teruggeven aan, dan doet hun hou < zeer en klinkt de munt zoo hard; ja dat kennen wij. Ik wil geen

beloften, ik wil mijn geld."

«Waar zijn uw papieren?" vroeg Reinout.

I)e man wees op het pak, vóór llelene neergelegd,

«Neem ze dan op en breng ze morgen bij mij, bij den heer van Meerwoude, ik zal zorgen dat gij voldaan word.

Het was of Reinouts naam den vrijpostigen indringer met een tooverslag veranderde. Hij wist dat beloften van diens kant met «ebroken zouden worden; Meerwoude stond als in geldzaken betrouwbaar aangeschreven. «Dan is de zaak in orde en ik dank Uwe Edelheid," klonk het zoo onderdanig van den geldschieter, alsof uj no" nooit een onbescheiden woord had kunnen vinden, en zijn schuldvorderingen bijeenrapend, maakte hij een diepe buiging voor den edelman, die bevelend naar de deur wees. Instee van den aanmatigenden schuldeischer met zijn krakenden stap, die kort tevoren was binnengetreden, verliet een nederig gekromde gedaante met schuw

eerbiedigen blik en sluipenden tred de kamer.

«Mijn arme llelene, hoe leed doet het mij, dat gij zulk een ruw tooneel hebt moeten bijwonen," waren Reinouts eerste woorden.

Zij hoorde hem niet, zij had zelfs niet gezien dat de vreemde vertrokken was, zij zag alleen het beeld van haar ouden vader en dacht aan zijn jammer. «Wat moet ik doen ? myn ongelukkige vader,

hoe moet ik hein alles zeggen ?

Het oogenblik, waarnaar hij zoolang had uitgezien, was gekomen.

«Ge mooert hem niets zeggen," sprak bij beslist.

«Ik móet het doen" — zij kon niets meer verbergen «ik kan de som, die men vordert, niet buiten hem om betalen; al wat wij bezitten zal toch nauwelijks genoeg zijn oin onzen naam zij sidderde, een beeld vol schande rees voor haar op. W at zouden zij

doen als hun vermogen niet toereikend was?

Reinout vermoedde haar gedachten. «Spaar hem die smart, zeide hij, «ik weet immers alles; waarom wilt gjl u niet tot mij wenden? wat gedaan moet worden, kan en zal ik doen.

Li.

Sluiten