Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Gij zijt een vreemde, ik mag "

Hij viel haar snel in de rede: »en indien ik nu geen vreemde ware. indien ik Filips als broeder hielp." Hij trad op haar toe en vervolgde: »ik heb nooit van een uiterlijken band tusschen ons gesproken, ik beschouwde onze verhouding even innig, al kende de wereld haar bestaan niet, doch gij hebt gelijk, er kunnen omstandigheden komen, die wat voor den echtgenoot natuurlijk is voor den vriend moeielijk maken; gij noemt mij een vreemde, en de wereld zal u dat nazeggen, het is om haar dat ik u vraag: geef mij ook uiterlijk het recht, dat ik innerlijk meen verworven te hebben."

Zij scheen onder zijn woorden nog heviger te beven. «Neen, neen," riep zij angstig, »gij brengt mij een offer.

«Mijn beste Helene, dat ik u op dit uur zulk een vraag durf doen, moet u bewijzen, dat ik een te hooge meening van uw verstand koesterde, om zulk een gedachte in u te onderstellen. De geheele zaak, waarop gij dat woord offer toepast, loopt over een geldkwestie, die ik hier slechts te berde breng, wijl ik zie hoe noodeloos zij u verontrust. Wees onbezorgd, ik begrijp dat ge mijn hulp niet wilt aannemen waar gij haar niet ook aan de wereld moogt bekennen, maar uw echtgenoot zult gij toch zeker vergunnen die aangelegenheden te regelen."

Uw echtgenoot, — zij voelde dat het woord haar een uitkomst aanbood, maar welk een uitkomst! mocht zij die aangrijpen? Zij antwoordde met moeite: «gij wilt mij door dien naam in uw hulp doen toestemmen: ik dank u, maar

«Maar gij hebt te veel trots, of laat ik liever zeggen te veel ijdelheid, om uw vader voor een groot leed te bewaren.

Zij zag hem smeekend aan. «Spreek niet zoo, Reinout,' zeide zij; «o als gij wist hoe vreeselijk het mij is hem te zien lijden.

Er was in haar angstig bleek gelaat een uitdrukking, die hem minder scherp deed voortgaan: «moet ik niet op harden toon spreken? denkt gij niet, dat het krenkend voor mij is te hooien, «lat gij een band, dien gemeenschap van weten gelegd heeft, niet erkent en mij uw vertrouwen niet durft schenken? Moet het mij niet pijnlijk aandoen, te zien hoe gij mij in staat waant een vrouw zoo diep te willen vernederen, dat ik van haar zou eischen zich met een man te verbinden, die deze band als een offer beschouwde Als ik niet wenschte dat gij mijn gade waart, als ik niet sedert lang gehoopt had u dat eens te zien worden, waarlijk ik zou te veel achting voor u bezeten hebben, om dit voorstel te doen; doch vat gij het als zoodanig op, welnu denk dan dat ik woorden, die u beleedigen moesten, nooit bedoeld heb, en schrijf het aan gemis van karakterkennis

Sluiten