is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Wie van de Geuzen kent gij ?"

»De meesten, doch ik stond in nadere verbinding met Culemborg, Villiers, Waroux en Van den Berg."

»'s Prinsen zwager?"

»Die de overheersching van zijn schoonbroeder in 't geheim verafschuwt. Ik twijfel niet of hij zal vroeg of laat van partij veranderen."

Alva scheen na te denken, hij wisselde fluisterend eenige woorden met Vargas. Op beslisten toon zeide hij eindelijk: »het moge zoo wezen, heer van Meerwoude. Ik heb u gezegd dat het niet mijn gewoonte is, gevaarlijke wapens in vreemde handen te geven; zoo ik ze u toch toevertrouw, herinner u dan, dat zulke wapens tweesnijdend zijn, ook doodend voor den eigenaar, als hij ze valsch gebruikt. Ik zal u de noodige volmacht verstrekken."

Reinout stond op en boog. »Uw Excellentie blijft mij in het openbaar op dezelfde wijze behandelen."

»Goed; ik zie u zoo weinig mogelijk."

«Men zal wel eenig vermoeden omtrent mijn verbinding met de rebellen koesteren."

»Ik zal zorgen, dat dit niet zoo duidelijk wordt uitgesproken, dat het een onderzoek vordert; uw daden zullen echter daartoe moeten bijdragen."

«Voorzeker, mijn eenige manifestatie tegen liet Spaansche bewind zal in talrijker bezoeken bij de landvoogdes bestaan, en haar zal wel niemand voor een slechte Katholieke houden."

Hij groette den hertog, die met zijn gewone statigheid het hoofd neigde, en verwijderde zich door een geheimen uitgang, die alleen voor bezoekers van vertrouwen bestemd was.

Alva zag hem peinzend na, dan wendde hij zich tot Vargas en zeide: »dit is ook een gevolg van Margareta's fraaie politiek, dat ik thans genoodzaakt ben dien Vlaamschen edelman in mijn vertrouwen te nemen."

»Uw Excellentie noemde hem toch zelf bruikbaar," antwoordde Vargas.

»Ja, sommige menschen zijn als de scheede van een zwaard, vaak gemakkelijk om er een lastig wapen in te bergen, maar gij moet de scheede aangorden om ze te kunnen bezigen, en ze is niet vaster aan u verbonden dan zulk een man aan de regeering wier geheimen hij kent. Die heer van Meerwoude is nog jong; zulke koele, jonge hoofden, die zonder jeugd denken, zijn gevaarlijk, zij hebben plannen instee van hartstochten en men weet nooit hoe ver die plannen gaan."