is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mends in, wanneer de beelden, die men zelf op een verheven voetstuk plaatste, vandaar zoo laag op hun bewonderaar neerzien; daarom zag hij met zulk een vreugde iederen hamerslag vallen, die het beeld verpletteren zou, hetwelk hij eens zijn hulde had willen brengen, en dat zijn wierook versmaad had. De vernedering van een afgewezen offer woonde in zijn ziel, en die vernedering gaat diep; het was bij een versmade offerande, dat de eerste haat in het menschenhart ontstoken werd.

Reinouts weg voerde hem langs de woning van Viale. Een ruiter hield juist voor de breede deur stil, en terwijl hij van zijn paard sprong, herkende de edelman Melville's gestalte. Een heldere stem hoorde hij roepen: «gelukkig dat gij weer terug zijt, Edward; welkom, welkom!" en tegelijk zag hij hoe Frank op den nieuw aangekomene toesnelde. «Welkom," mompelde ook hij, maar op anderen toon; «gij komt juist van pas, sinjeur Melville. De graaf van Viale heeft u zeker voor alle veiligheid naar Brussel onder zijn toezicht geroepen; nu, gij kunt ons een bruiloftsbezock maken." Hij vervolgde zijn weg, en alle overleggingen der staatkunde traden voor zijn persoonlijken triomf op den achtergrond; ook hier zag hij zware hamerslagen vallen.

En toch zou men hem beleedigd hebben, wanneer men Item, terwijl hij zich nog even naar zijn bruid begaf en met stil genot aan de gevoelens dacht, die hun verloving in Edwards borst zou opwekken, van wreedheid beschuldigd had. Melville was zijn vijand, waarom hem niet als zoodanig behandeld? En Helene? Hij zag wel dat haar trekken niet van geluk spraken, maar als hij van zijn kant niet den gloed eener eerste, jonge liefde eischte, kon ook zij zonder dat vuur leven. De voorwaarde, die zijn eigen woorden hem stelden, viel hem daarbij niet in het oog; hij vroeg zich geen enkele maal, wat geschieden zou als hij meer ging verlangen; want het is een oude waarheid, die vaak door onze sterkste gevoelens op de bladen van ons levensboek wordt geschreven, dat niets zulk een vast geloof vindt als een dwaling, en niets zoo slecht gezien wordt als de waarschijnlijkheid.

Door een toeval kwam het gesprek op Yiale, en Reinout vertelde terloops dat hij Melville gezien had. Hij was gewoon diens naam zonder aarzeling te noemen als het beste middel, om iedere gedachte, dat hij aan de betrekking tusschen hem en Helene waarde hechtte, te verstoren, en niemand zou aan de ongedwongenheid van zijn spreken bemerkt hebben, dat zijn blik daarbij zoo scherp op het gelaat zijner bruid rustte. Zij zag echter niet op en haar antwoord verried geen belangstelling. Waar Edward ook wezen mocht, de scheiding tus-