Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schatten, nu geen enkele uitwendige indruk ze kwam versterken. Al de beelden, die zijn gemoed zich hier terugriep, waren ver van hem verwijderd, zij ontvingen van de gewaarwording des oogenbliks licht noch schaduw; alleen met zijn herinneringen, kon hij voor 'teerst zien, welke het diepst in zijn ziel geschreven stonden.

Er was weinig in die taal van 't verleden, dat hem blijdschap kon schenken. Als hij door de stille bosschen wandelde, scheen liet of uit den nevel, die ze lang had bedekt, de oude dagen bij Vredenborg verrezen; de welbekende voorwerpen omringden hem weer, en hij zag, eerst onduidelijk, dan levendiger en kenbaar, Helene's gelaat. Het scheen in den beginne koel en onbewegelijk, zooals na zijn verloving; langzaam echter namen de trekken leven aan, de oogen kregen licht, en het droeg de uitdrukking, die maar al te kort jeugd en zonneschijn er op had gebracht. De lippen openden zich; zoo had het kunnen zijn, fluisterde zij. Ja, iets zeer schoons, dat had kunnen zijn, was verloren gegaan, en een felle smart doorvlijmde zijn borst. Niet in de zalen van het hof, waar hij eens Silvia had ontmoet, niet daar was, toen hij Brussel weder voor 'teerst betrad, die smart het hevigst over hem gekomen, — neen, terwijl hij langs de woning van den ouden edelman ging en iedere-steen dat weemoedige: zoo had het kunnen zijn, scheen te herhalen. Dwaling, eigen dwaling! sprak de stem in zijn hart, en hij was haastig verder gegaan, want het was hem als kon hij zicli niet bedwingen, als moest hij luid uitroepen: «waarom was er slechts zelfbedrog in mij? waarom moest ik mijn gevoelens zoolang niet begrijpen en — waarom moet ik thans alles verstaan 7"

De eerste oogenblikken, welke hem die kennis schonken, waren inderdaad te pijnlijk om niet dien kreet aan zijn lippen te ontlokken. Silvia had hem zoo lichtzinnig gebruikt, en zij was onherroepelijk voor hern verloren, dat iedere slag van zijn hart, die niet voor haar klopte, in de ooren van een vreemde slechts blijde kon klinken; maar voor hem was de ontdekking, dat hetgeen de schoone Italiaansche had verstoord minder was dan wat hij zich door eigen doen ontroofd had, zoo wreed, dat hij wenschte haar niet gedaan te hebben. Hij kon bij zulk een openbaring nog niet vragen: zal mijn geluk terugkeeren, nu ik zie dat mijn verlies niet is gelijk ik het in zelfverblinding waande? hij kon nog alleen voelen, dat er geen bezit was, en dat hij toch het recht van beklag over zijn verlies niet meer mocht vorderen. Hij had na het afscheid van Silvia in een stemming verkeerd, die geen behoefte meer kende dan zich in haar smart te verdiepen, want als een groot leed nog voor geen anderen troost vatbaar is, ligt er in het bewustzijn van eigen grootheid zekere kracht

Sluiten