Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor den lijder, die vaak méér steun geeft dan hij zelf vermoedt. Het is of het hart een medelijden voor zijn kommer voelt, dat steiker wordt naarmate het zich alle mogelijkheden ook van nog toekomstige vreugde voorstelt en verder denkt dan zijn oogenblikkelijk verlies. Zij was zoo bekoorlijk, haar bezit had mij zoo gelukkig gemaakt, waarom moest mijn illusie verstoord worden? hoeveel beter dat te denken dan zich te moeten zeggen: al waren de omstandigheden niet veranderd en zij de uwe geworden, gij zoudt niet gelukkig zijn geweest, want gij moest vroeg of laat ontdekken dat gij u bedrogen

V is menig man, die, nadat hij een bevallig gezichtje met een onbeduidend, goedhartig karakter als genoegzame waarborgen voor zijn levensgeluk beschouwde, later een smartelijk gevoel had dat het beter geweest ware zoo hij zijn keus met rijper oordeel had gedaan; maar hij heeft gevonden wat hij zocht, en ofschoon die langzaam opgekomen ervaring een oneindig dieper, een nooit meer te herstellen leed in zich sluit, de bitterheid van een ontdekking als die welke Edward deed, vervult haar niet. De man, die het voelt, heeft zich niet vergist en geen onwaardige liefgehad; hij mag zich zeggen dat hij bij het gebouw van zijn heil niet voor alle grondsla.reTzorgde, maar die, waarop hij bouwde, hebben zich niet als valsch getoond; er woont teleurstelling in zijn hart, maar hij behoeft zich zelf en anderen geen verwijt te doen. Doch bedrogen te zijn, in te zien dat het warmste gevoel van ons hart slechts een vlam was, die ons zelf moest verbranden, liet bedrog te verafschuwen en toch bijna dankbaar te moeten zijn dat men bedrogen werd, dat is bitter. Ook Edward werd gewaar dat de brandendste tranen niet op wonden vallen, door het lot of door anderen, maar door eigen hand geslagen,

want de schaamte gloeit daarin.

Hij had Helene kunnen bezitten, de vrouw wier liefde geen uiter-

hiken clans zocht, die hem beminde toen nog geen hofgunst zijn naam

oi> de lippen bracht, in wier gemoed hij een weerklank voor al zijn gevoelens zou hebben gevonden; de hoogste genegenheid was in zijn bereik geweest, en zijn lichtzinnigheid had dat groote geschenk on-

gewaardeerd laten verloren gaan.

Verloren, — in het eerst kon hij niet anders denken of het woord onherroepelijk knoopte zich daaraan vast. Dat ooit een vereeniging zou terugkeeren waar zulk een scheiding geweest was, durfde luj niet hopen; hij voelde zich Helene onwaardig, en mocht zij hem ook vergeven, hoe zou zij weer liefde voor den man kunnen koesteren, die°met zulk een verblinding gehandeld had? Hoe zich op den steun van iemand verlaten, die zich zelf niet had weten te raden? welken

Sluiten