Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prijs aan de woorden der teederheid hechten, die ook een Silvia gehoord had? Werd het heil des levens ooit voor een tweede maal den onbedachtzame geboden, die het eens dorst miskennen? Neen, hij mocht zulk een vermetel droombeeld niet voeden, spraken zelfverwijt en schaamte.

En toch, welk droombeeld was voor de gedachte te stout ? in welke mogelijkheid, die het hart gaarne verwezenlijkt zag, durfde de geest zich niet denken? Ook Edward, al zeide hij zich dat die gedachte ijdel was en haar troost onverdiend, voelde haar toch telkens opnieuw ontwaken, wanneer hij uit al zijn herinneringen meer en meer de overtuiging verwierf, hoe diep Helene's liefde geweest was. Kon zulk een liefde sterven? Neen, het hart mocht een tijdlang zijn dierbaarste banden vergeten, het wilde vroeg of laat ze weder aanknoopen, het vergat niet voor immer. Hij wist niet wat na zijn verloving in haar was omgegaan, hij noemde ook den ergsten wrok verdiend, maar toch, waarom, zoo die ontwaakt was, zou Meerwoude hem met dien blik van gloeiende ijverzucht hebben aangezien, die hem voor 'teerst een licht over diens gevoelens had doen verrijzen? Als een kreet, die met te veel smart was gekocht om nog in zijn natuurlijk gejuich te weerklinken, maar toch als de kreet eener bevrijdende openbaring, riep het in zijn ziel: gij werdt ook na uw verloving, gij wordt nóg bemind. Hij kon ternauwernood zeggen of het meer blijdschap dan wel diepe schaamte was, die zijn gemoed bij deze erkenning vervulde; mogelijk was het een mengsel van beide aandoeningen, maar daarin waren zij één: zij schonken hem die edelste opwekking, welke de liefde kan schenken, het bewustzijn dat er iemand was voor wie hij zich te volmaken had, een bemind wezen, hetwelk hij eerde door het betere in zich te doen uitkomen en te ontwikkelen. Of hij Helene eens zou bezitten, was een vraag die hij zich niet stelde, hij dacht alleen dat hij waardig worden moest althans door haar bemind te zijn; hij wilde haar liefde rechtvaardigen, al bracht die hem ook nooit het eens verlorene terug. Een troostend gevoel stond hem nu bij zijn werkzaamheid ter zijde, hij werkte niet alleen voor zich, maar voor eene die hem liever was dan zijn eigen ik. De goedkeuring, die hij op zijn post vond, verheugde hem, zij leidde tot een geachten naam; verder gingen zij" denkbeelden niet.

Eerst Alva's komst had hun een nieuwe wending gegeven. Het gevaar, waarmee het bestuur van den ijzeren hertog bijna allen bedreigde, had aan zijn gevoelens een sterkere aandoening toegevoegd, die der vrees voor haar die hem lief was. Hoe licht kon Vredenborgs tot nog toe geduld atheïsme niet een misdaad worden, zoo men dat alleen als ongeloof aan de Roomsehe kerk uitlegde; wie

IN DAUKN VAN STKIJD. III. 9

Sluiten