Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou dan Helene beschermen, zelfs al scheidde de rechtbank met ongewoon erbarmen het lot van vader en dochter? De voorstelling van haar, prijsgegeven aan willekeur en vernedering, aan nood en eenzaamheid, rees met donkere kleuren in hem op. Voor het eerst vernam hij Viale's reeds zoo dikwijls met tegenzin gehoorden wensch, dat hij naar de hoofdstad terug zou keeren, met blijdschap; thans kon hij Helene mogelijk tot steun zijn, hij kon voor haar veiligheid waken, en misschien — de blijde hoop op een geluk, dat de omstandigheden hem .vergunnen zouden zelfstandig te verdienen, maakte zich van hem meester. Viale deelde hem den dood des ouden barons mede, maar gelukkig zij was nog ongedeerd, en haar verlatenheid scheen zijn anders vermetele wenschen nu te rechtvaardigen. Het was een band, waaraan zorg en smart veel deel hadden, dien hij knoopen wilde, en er wras veel zorg en smart ook in zijn borst, toen hij eenige dagen na zijn komst in Brussel den welbekenden weg insloeg, die tot Vredenborgs woning leidde, maar het was toch een hoopvol gevoel dat hem vervulde; hij droomde niet meer van onvermengde blijdschap, van onstuimige zaligheid, maar toen hij voor de hooge deur stond en naar de lichte strepen in den grijzen avondhemel zag, sprak de stem eener zoete verwachting toch weer met levendige klanken in zijn hart. De dwaling van het verleden zou nooit ophouden een schaduw over zijn gevoelens te werpen, maar het oude huis riep hem nu toch nog een ander woord dan het pijnlijke: dwaling! toe; liefde! fluisterde het, terwijl hij opnieuw binnen zijn donkere ruimte trad.

Men had hein naar de bibliotheek gewezen, en weldra stond hij als voor jaren in de groote, stille kamer en zag de bruine oogen, die hij zoolang niet aanschouwd had, weer hun blik op hem vestigen. Hij was alleen met Helene, en toen hij haar daar zag zitten, in de gewone peinzende houding, was het hem te moede als ware zijn lange verwijdering slechts een droom geweest, waaruit hij nu wakker werd om zich met blijde verrassing nog op dezelfde plaats te ontdekken, waar hij was ingeslapen. Al de gevoelens van vereering en teederheid, die hij hier eens gekoesterd had, kwamen met vernieuwde kracht in hem op. Hij ging snel naar haar toe, het was hem onmogelijk een alledaagsche begroeting af te wachten. »De Hemel zij gedankt, Helene, dat ik u zoo rustig in deze tijden van onrust mag weerzien," zeide hij met warmte. Het was vreemd, hij had haar tot nog toe, zelfs in hun vertrouwelijkste gesprekken, niet bij dien naam genoemd, en thans zou hij haar niet anders hebben kunnen aanspreken. Tijden van gevaar rukken zeer snel de scheidsmuren van gebruik en vormen neer, want ieder gevoelt zich aan den ander

Sluiten