Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denzelfden weg opkwam en hen niet tijdig genoeg bemerkt had om een ontmoeting te beletten. Zij zag hem aan, en het kalme kloppen van haar hart werd gejaagd en hevig. Wat zou er niet in hem omgaan, nu hij haar aan (le zijde van een ander moest zien ? ach, zij wist immers wat in zulke oogenblikken het gemoed bewoog. Zij waagde niet het hoofd op te heffen, terwijl hij de baret afnam, maar zijn groet maakte haar opmerkzaam. Het was duidelijk dat hij alleen haar die hoffelijkheid bewees; toen hij Reinout aanzag, speelde een diepe afkeer over zijn trekken en hij boog zich niet. Met een blik, hier van toorn en verwijt, daar van hoogmoedige minachting, gingen beide mannen elkander voorbij.

Helene voelde dat een hevige angst zich van haar meester maakte. Onwillekeurig legde zij de hand vaster op Reinouts arm en fluisterde met een stem, die verried hoe levendig de genegenheid nog was, die zij zoo geheel overwonnen waande: »haat hem niet;" een blik vol vrees drong tegelijk uit de oogen, die zich smeekend op haar verloofde vestigden. Het was de blik der bruid, die voor den man, welken zij liefhad, bij den man, welken zij lief moest hebben, kwam bidden, die haar vrees niet dorst uiten en wier teederheid toch niet zwijgen kon. «Haat hem niet," herhaalde zij, toen haar bruidegom

geen antwoord gaf.

Arme Helene! het was de noodlottigste dienst, dien zij Edward kon bewijzen. Geen woorden van wrok en aanklacht zouden in Reinouts borst half die bitterheid verwekt hebben als deze bede vol onderdrukte liefde. Waarom moest zij de taal niet verstaan, die op zijn gelaat te lezen stond en die haar onvoorzichtige lippen zou hebben gesloten? Waarom bemerkte zij niet dat snelle, dreigende flikkeren der donkere oogen, dat beven om den lijnen mond, eer deze met kalmte sprak: ik hoop, Helene, dat ge mij voor verstandig genoeg houdt om geen aandoeningen te koesteren, die uw toezicht eischen."

«Vergeef mij;" bedeesd en moedeloos kwam dat verzoek van haar lippen, die zich bij zijn koelen toon angstig sloten. Hoeveel moedeloozer zou zij nog geweest zijn, had zij uit dien toon kunnen opmaken, dat Reinout aan den jongen man om haar bede met een ijverzucht

dacht, die de laatste aarzeling, welke hem van zijn plan zou hebben kunnen terughouden, wegnam.

Meerwoude hield niet van overgroote vertrouwelijkheid, bij deelde dus niets van het bezoek mede, dat hij den volgenden dag bracht; maar al had hij dit gedaan, Helene zou het verband, waarin Edward daarmee stond, toch niet begrepen hebben.

Reinout ging naar Viale. Hij had de betrekking met den graaf

Sluiten