Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar niet de bezegeling, neen, liet doodvonnis harer liefde. Als in een droom ging de plechtigheid van het huwelijk aan haar voorbij; zij wist nauwelijks wat haar lippen met dat ja beloofden, schijnbaar zoo kalm gesproken; zij voelde alleen, dat een ijzeren noodzakelijkheid haar die gelofte afdwong, en dat haar mond niet mocht beven, terwijl hij ze deed. Zij hoorde rustig de gelukwenschen, die men haar benijdend bracht; dit alles was een uiterlijke zaak; slechts toen de titel «vrouwe van Meerwoude" haar voor 't eerst in de ooren klonk, en zij haar nieuw tehuis betrad, ging een siddering door haar leden; zij dacht een oogenblik, hoe anders zij voelen zou, wanneer de echtgenoot, die haar door de vertrekken hunner gemeenschappelijke woning leidde, niet Reinout was.

De no" zoo kurt geleden dood van den ouden Vredenborg en de droevige tijdsomstandigheden beletten elke feestelijkheid, maar toch was de nieuwe omgeving, waarin men haar als meesteres welkom heette, schitterend genoeg. Meerwoude vond thans geen verbergenden eenvoud meer noodig; een pracht die met de voornaamste huizen kon wedijveren, heerschte in de vertrekken, waarin hij zijn jonge vrouw binnenleidde. Zij zag met verwondering om zich heen; deze weelde paste meer voor iemand die zicli aan het holleven wijdde, dan voor den man van studie, waarvoor hij tot nog toe gegolden had. »lk zou bijna denken, dat gij voornemens waart, een groote rol to gaan spelen," zeide zij.

«Misschien heb ik dit voornemen ook."

Hij sprak op schertsenden toon, maar zij begreep den ernst die er onder verborgen lag, en met zekeren nadruk vroeg zij: tonder den

hertog van Alva?"

«Onder de landvoogdes zou moeielijk zijn, daar zij vertrekt."

«En de plannen van den hertog keurt gij dus goed?"

«Gedeeltelijk, juist wat men bij de meeste doet, maar ge zult mijn politiek geloof toch niet reeds op onzen trouwdag willen hooren; dat zou de minst dichterlijke ontboezeming zijn, waarmee ooit een man zijn echtgenoot welkom heette."

Zij glimlachte, maar met een pijnlijk gevoel. Hoe weinig de opvocdin", die zij genoten had, haar met het vaderland had kunnen verbinden, het trof haar smartelijk hem bij de partij van den vijand te weten. Met een glimlach op de lippen, maar tegelijk met een kreet van smai't in de borst, zoo trad zij den eeisten dag van haai huwelijk in, van het nieuwe leven met den man, die van nu aan een recht op haar bezat, dat alleen de dood kon verbreken.

Zij was niet de eenige, wier hart een zwaren strijd voerde. In de koele woorden van Reinout: de landvoogdes vertrekt, lag een wereld

Sluiten