is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van leed besloten, zooals geen gemoed dat in grooter foltering had kunnen doorworstelen. Inderdaad, Margareta van Parma zou de Nederlanden verlaten. Dat bange voorgevoel, waarmee zij de komst van Alva had tegemoet gezien, was niet ijdel gebleken, haar rol was afgespeeld. Terwijl zich de schaar der hovelingen in het Culemborgsehe huis verdrong, stond haar paleis bijna verlaten, geen drom van vleiers omstuwde haar meer, men bekommerde zich niet om de gebiedster, die alleen in naam gebood. Het leger, de geldzaken, de aanstelling der ambtenaren, alles was den hertog toevertrouwd, zelfs de hofhouding stond onder zijn bestuur; zij genoot niets dan de uiterlijke vormen eener onderdanigheid, die als spot klonk, waar men haar nergens bevelen liet. Wat haar vrees niet vermocht had, dat deed nu haar gekrenkte trots; zij eischte van den koning haar ontslag uit een ambt, dat men feitelijk reeds aan een ander geschonken had. Bittere, verwijtende woorden omkleedden haar verzoek; haar trouwe diensten, zoo schreef zij, hadden haar toch voor den smaad moeten bewaren, nog als erkende vorstin een vreemde te zien regeeren, en al de zorg die zij voor het belang van haar ondankbaren broeder gedragen, al de angst dien zij om zijnentwille geleden had, vonden van haar door verontwaardiging stout gemaakte pen een welsprekende vermelding. Of zij hoopte dat Filips' hart getroffen zou worden? Neen, de afgod, aan wien zij zooveel geofferd had, bleek doof voor de bede in dat schrijven vervat; een kort, ijskoud briefje zeide haar weldra, dat men te Madrid haar ontslag aannam, en benoemde tegelijk den hertog tot haar opvolger.

Het was wat allen, zij zelf misschien alleen uitgezonderd, verwacht hadden; de wijze echter, waarop zij die tijding opnam, verraste te meer. Toen lleinout, die onder de weinigen had behoord, welke haar, volgens zijn afspraak met Alva, trouw was blijven bezoeken, haar den dag na het huwelijk zijn opwachting kwam maken, meende hij een radelooze, wanhopig klagende vrouw te zullen vinden, maar het was een waardige, bijna fiere houding, waarin Margareta de bezoekers ontving, die, naar zij wel vermoeden kon, alleen uit kwalijk verborgen nieuwsgierigheid tot haar kwamen. De hatelijke opmerkingen over den hertog, die zij anders placht uit te lokken, werden nu ernstig door haar gegispt. »Ik dank u voor de gehechtheid aan mij, die het u bejammeren doet, dat de koning mijn bede om ontslag heeft verhoord," sprak zij met nadruk, »maar dit gevoel mag u niet onrechtvaardig tegen mijn opvolger maken. De hertog van Alva vertegenwoordigt thans den persoon van Zijne Majesteit, hij heeft aanspraak op mijn eerbied en op uwe onderwerping."

De hovelingen zagen elkander verwonderd en vrij teleurgesteld