is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan. »Zij weet zich in 't onvermijdelijke beter te schikken dan ik dacht," prevelde ook Reinout; »men onthoudt haar de vroegere eerbewijzen, maar zij was in de dagen van haar gezag nooit zoozeer vorstin als op dit oogenblik."

Zijn lof was verdiend; het scheen inderdaad, dat Margareta van den nood een kracht had ontvangen, die haar in staat stelde liet eenige passende gedrag, dat van hooghartige berusting, aan te nemen. Terwijl zicli thans de deuren openden om den hertog van Alva in te laten, die, door den koning gelast zich uiterlijk deemoedig jegens haar te betoonen, ook na zijn verhefling den schijn dier onderdanigheid wilde bewaren, en haar zijn bezoek bracht; terwijl zij bemerkte hoe de aanwezigen onwillekeurig dieper voor hem bogen, dan zij 't voor de onttroonde vorstin hadden gedaan, ging wel een doodelijk bleek over haar trekken en haar lippen beefden, maar zij verried geen zwakheid. Op waardige wijze richtte zij het woord tot haar zegevierenden mededinger. »Wij nemen in dit paleis de plaats in, die slechts den landvoogd dezer gewesten toekomt," zeide zij met een statige neiging; »de ridderlijkheid van hertog Alva zal ons, naar wij vertrouwen, echter gaarne de weinige dagen, welke wij hier nog denken te blijven, gastvrijheid willen verleenen. Sedert dit gebouw opgehouden heeft het punt te zijn waaruit de regeering haar bevelen gaf', kan het zich niet door onze tegenwoordigheid beleedigd voelen, al hebben wij een gezag neergelegd, dat ons onder de gegeven omstandigheden beter in de handen van onzen neef Toledo scheien te passen."

De Spaansche bevelhebber voelde den steek op zijn, tegen haar recht in, reeds lang gevoerde heerschappij, maar hij antwoordde holfelijk: «Mevrouw, dit paleis wordt door haar bewoond, welke de Nederlanden met trots hun gebiedster noemen, het voldoet dus aan zijn bestemming."

Margareta richtte zich op en een donkere gloed kleurde haar wangen. »Neen, hertog Alva," sprak zij, »de Nederlanden staan niet onder mijn bestuur. Er zijn daden in geschied, wier verantwoordelijkheid ik niet wil dragen. De staat waarover ik regeerde was door zware onheilen bezocht geweest, maar hij had zich onderworpen; hij wilde getrouwelijk zijn koning dienen; hij was nog machtig en hij zóu gelukkig geworden zijn; de staat dien gij beheerscht, is een roof van uwe Spanjaarden, en 't volk, dat hem eens krachtig en vroolijk bewoonde, — zie op de straten van Brussel, zij zeggen u wat het is. Als latere geslachten op mijn bewind terugzien, dat zij liet dan als met den twee-en-twintigsten Augustus van dit jaar geëindigd beschouwen."