Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kreten te smoren, die soms over haar lippen wilden dringen. Zij bewaarde haar houding van vrijwilligen afstand eener heerschappij, aan welke zij met haar geheele ziel hing, en zeide, het verzoek van den koning om geen gelegenheid tot demonstraties te geven bedenkend, haar opvolger minzaam vaarwel; maar toch, zóo kon zij zich niet bedwingen, of haar droefheid gaf zich nog eens lucht voor zij den vaderlandschen bodem verlaten had. Aan de grens, daar waar zij op vreemd gebied moest treden, kon zelfs de tegenwoordigheid van het aanzienlijk gevolg, dat haar met het oog op de gevoelens der menigte was toegevoegd, haar geen zelfbeheersching meer leenen, zij beval halt te maken, en al de smart der scheiding kwam over haar.

Nog een laatsten blik wierp zij op het land dat zij bestuurd had; al de strijd er gestreden, al de zorgen harer regeering. zij gingen aan haar voorbij, maar ook die gelukkiger jaren, er in den beginne gesmaakt, bovenal haar blijden, feestelijken intocht, dat schoonste uur haars levens, zag zij thans voor haar geest verschijnen. Nog was het een schitterende, hooggeboren schare die haar omgaf, maar geen welkom drong uit die rijen, het waren nog slechts weinige weken, dat die glans haar omringen zou. Zij wendde de oogen naar het vreemde gebied, in de koude, doode toekomst, waar zij geen vorstin meer was; achter haar lag al wat zij bezat, macht, bewondering, eerbied en roem, en de vrouw, die zij van nu af wezen moest, de eenzame, onopgemerkte vrouw, verrees voor haar blikken; zij vergat haar gevolg, zij zag slechts dat beeld, het spooksel van zoo menigen bangen droom, en het lokte den jammerkreet van haar lippen, die uitsprak, wat zij nu was en blijven zou: alléén!

Sluiten