Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dwingelandij in het openbaar haar lang verdiend brandmerk in te drukken, onder de menigte haar luide echo zou vinden.

Een oogenblik; niet langer.

Schoon, schoon als de engel der vrijheid wier vleugelslag hem omruischte, stond hij daar, de jongeling, die het gebogen hart der eens zoo vurige burgers tot zijn ouden gloed wilde opwekken. Een zonnestraal viel op zijn golvende lokken en het bezielde gelaat; woorden, die voor 't eerst weer van recht en moed dorsten spreken, kwamen van zijn lippen; het scheen geen uit hun midden, het scheen een bovenaardsche gedaante te zijn, die hun vijanden dorst trotseeren, en die ook hun kracht gaf. Ja, hij zou hem niet tevergeefs roepen.

lleeds sloegen eenigen de hand aan 't werk. Verward en misschien aangegrepen door denzelfden indruk van bijgeloof die onder 't volk door dit plotseling verzet was gewekt, hadden de Spaansche soldaten het geheele tooneel zonder tegenstand aangezien, en ook nu was de menigte reeds begonnen de planken van het schavot te verbrijzelen, eer zij tot bezinning kwamen.

Vóór allen uit, het wapen dat hij een der wachten ontrukt had in de hand, en door den gloed van den hartstocht met de kracht van een man toegerust, drong de jonge volksaanvoerder naar den gevangene. Hij bereikte hem, ontzet deinsde de scherprechter terug, en een jubelkreet ging onder de toeschouwers op, zij zagen de koorden van den veroordeelde vallen; nog een bange pauze, dan herhaalde zich het gejuich. De wakkersten, die hun leider gevolgd waren, sloten den prediker iu hun midden; zij baanden zich hun weg tot de menschenmassa, die achter de soldaten stond; daar onder de duizenden, in het gedrang, was geen grijpen, geen herkennen meer mogelijk. Kreten van aanvuring, blijdschap of woede weerklonken alom, maar boven die alle uit hoorde men de stem van hem die het werk der bevrijding had volbracht, hoorde men het woord; gered! op een toon, als loste zich de strijd, de smart en de wanhoop van een geheel leven in dien éénen zegetoon op.

Ja, de dood had zijn prooi verloren, maar zou hij geen andere vinden ? Er kwam leven in de Spanjaarden, zij stelden zich te weer en hun hoofdman riep: »als wij den gevangene niet meer kunnen grijpen, slaat dan den oproerling die hem bevrijd heeft neer, treft hem, om 't even hoe."

«Halt, om Godswil halt!" riep een stem daartusschen, »het is de jonge graaf van Viale;" de dienaar, die Frank gevolgd was, doch hem in het tumult niet had kunnen bereiken, wierp zich in doodsangst voor den hoofdman.

Sluiten