Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Viale, een zoon van den gunsteling des hertogs! met bliksemsnelheid doorliep dat woord de rijen der burgers. Zij weken verschrikt terug; waren het dan geen Spanjaarden, tegen wie ze hier streden? en hun leider zou de eenige zoon van Alva's grootsten vriend zijn? Zij hadden niet die fluisterend gesproken bede gehoord, waarmee Frank De la Tours banden geslaakt had: «vergeef mijn vader!" — de mogelijkheid, dat men ben met list tot verzet had willen lokken, schoot hun dreigend te binnen, en die onzekerheid doofde hun geestdrift. Eer zij zich weer konden vermannen, dreven de Spanjaarden hun terug, en het oogenblik, dat Drussel misschien van zijn tirannen had kunnen bevrijden, ging door een enkele aarzeling verloren.

Ook de Spaansche aanvoerder was intusschen verward. «Terug, spaart hein," riep hij den zijnen toe; de verantwoordelijkheid van het bloed, dat een zoo machtig edelman als Viale kon wreken, wilde hij niet op zich nemen.

Maar zijn bevel klonk te laat.

De soldaten hadden alleen het eerste gebod van hun hoofdman gehoord, en zij hadden liet opgevolgd, vóór de herroeping kwam. Een hellebaardsteek had Franks borst getrollen; op het schavot, dat Viale voor den ketter had gebouwd, zonk hij, een zoenoll'er der vrijheid, neer. Stom en bleek zag de menigte het vreemde schouwspel aan. Verwondering, ontsteltenis en medelijden spraken uit de gezichten, maar ze zetten niet tot daden van weerstand aan. Terwijl de Spanjaarden bij 't hooien van den naam des gewonden hun daad beklaagden, maakte het volk van de eerste verwarring gebruik, om haastig weg te sluipen en zoo wellicht de dreigende straf te ontgaan.

Frank bemerkte het niet. Zijn hoofd rustte onbeweeglijk op den arm des dienaars, over zijn borst vloeide het bloed, een doodelijk bleek had den blos van daareven vervangen. Zelfs de Spanjaarden sloegen hem niet zonder deelneming gade; zijn jeugd, zijn schoonheid, nog treffender door die tint des doods die zoo weinig liet hopen, maakten hun verhard medelijden gaande, en de aanvoerder sprak met deernis: «arme jongen, ik hoop dat hij nog te redden valt, maar ik vrees dat hij met zijn eigen leven dat van den ketter heeft gekocht. Al is 't voor een slechte zaak gevloeid, er zit heldenbloed in hem; menig man zou zich bedenken eer hij een gevangene uit de handen van het heilig gerecht ging bevrijden. — Wij moeten dien De la Tour opsporen, al vrees ik dat het vruchteloos zoeken zal wezen, de ketters zullen hem nu wel verborgen houden," riep hij zijn soldaten toe.

«Wat den beul beloofd is, dat vindt hij terug," antwoordde een der manschappen bijgeloovig.

Sluiten