Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een uitdrukking van schrik kwam over haar trekken. Uit Meerwoudes toon sprak bij alle hoffelijkheid een zekere scherpte. »Dat zou mij leed doen, Reinout," antwoordde zij zacht; »ik zou moeten denken, dat ge mij voor onbereid willig hieldt."

«Veeleer te bereidwillig, mijn beste; gij moogt geen eigen wenschen om mijnentwil opgeven."

«Ik meende niet, dat ik het deed; ik meende dat gij beter bekend zijt met de wereld dan ik, en het dus uw raad moest zijn, waarnaar ik handelde; ik dacht geen oogenblik aan bevelen of wetten."

«Goed, en denk ook nu niet, dat ik u een verwijt heb willen doen. Zeg mij, hadt gij plannen voor dezen avond?" zeide Reinout vriendelijk; het was immers waar, zij moest in een haar vreemde wereld zich naar zijn raad richten, en kon, als zij dien opvolgde, moeilijk van eigen wenschen spreken, het was dus een onredelijke ontstemming, die hij gekoesterd had. »Ik wilde uitgaan," vervolgde hij, ziende, dat zij na zijn woorden van daareven eenigszins aarzelde hoe den vorm van haar antwoord in te richten, dat niets te zeggen had dan een toestemming op de plannen, die hij reeds zou gemaakt hebben, «maar zoo gij een anderen wensch koestert, ik kan die afspraak gemakkelijk wijzigen."

llelene schudde het hoofd ontkennend. «Ik dank u, gij zijt volkomen vrij, het zou mij onaangenaam zijn, als ge u liet storen." Zij stond op; «ik zal mij moeten gereedmaken, wilt ge mij beloven, terwijl ik weg ben een weinig uit te rusten?"

«Zoolang ik tijd heb, ja; ik moet spoedig weer uit."

«En er is niets wat ik voor u doen kan ?"

«Wilt ge zeggen, dat men mij Eelco zende en — gij hebt gelijk, ik ben toch moe -— en last geven mij niet te storen?"

Zij knikte toestemmend. Hij zag haar slanke gestalte, zooals ze op het punt was afscheid te nemen, met eigenaardige gespannen blik aan. Wachtte hij, dat het hoofd met de lange golvende lokken zich tot hem neer zou buigen en de blanke band zich zorgend op zijn heet voorhoofd leggen zou?

Het was vreemd; Reinout had in het jonge meisje alle uiting van vrouwelijk gevoel trachten te verstikken, en toch zag hij haar aan alsof de gedaante, die ook werkelijk geen dier onverstandige gedachten koesterde, welke het woordenboek der liefde met duizenden op zich zelf niets beteekenende, en toch zoo veelzeggende benamingen verrijkt hebben, niet het beeld was dat hij had willen vormen. Kon het een gemis voor hem zijn, dat die armen zich nooit om hem heen sloegen, dat die lippen nooit op de zijne rusten?

Met zekere moeite bewaarde hij zijn gewonen toon en zeide, de

Sluiten