Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deur voor haar openend: »ik moet wel zeggen tot morgen, liet zal laat worden eer ik van avond thuis kom, en ik zal u dus niet meer vinden."

Zij reikte hem de hand en wenschte hem een aangenamen avond. »Ik zal u nog wel zien," sprak zij tegelijk, »gij weet ik ben gewoon laat op te blijven, en ik heb u nog eenige vragen te doen."

Als zij gezegd had: »ik vind het angstig u zoolang van mij af te weten, en kan niet slapen, terwijl gij misschien in gevaar zijt," zou zij als een zeer gewone vrouw gesproken, zij zou gezegd hebben wat duizenden, met of zonder reden, in deze dagen zeiden, en Reinout haatte nuttelooze zorg, die den man slechts tot lange geruststellingen dwong en de zaken niet beter maakte.

Waarom dan troffen hem haar woorden als de druppels van een kouden verkleumenden regen, en zocht hij, na de deur achter haar te hebben gesloten, zoo peinzend zijn eigen kamer op?

Hij dacht aan het gelaat zijner vrouw zooals hij het eens gezien had, vol teedere zorg, vol angstige belangstelling voor den man aan wiens geluk zij getwijfeld had, en dacht er aan, dat hij die man niet geweest was!

Het binnentreden van Eelco verstoorde zijn mijmering. De slimme Fries was zich zijn positie als vertrouwde bewust, en wanneer hij dus tot een afzonderlijk onderhoud bij zijn meester ontboden werd, straalde een gepaste waardigheid van zijn trekken. Hij droeg een zorgvuldig gesloten pak in de hand enzeide: »alweer uit denzelfden hoek gewaaid. Wij worden iets gewichtigs."

Meerwoude wist vanwaar het pakket kwam, en daar zijn briefwisseling met de kettersche vluchtelingen niet zonder de hulp van handlangers kon plaats hebben, had hij zijn dienaar toevertrouwd» dat het een staatkundige onderhandeling was, die hij voerde; en Eelco, als hij de brieven, die aan een vreemd adres bezorgd werden, voor zijn meester afhaalde, voelde al het gewicht zijner persoonlijkheid, zonder welke een groote zaak niet zou kunnen volbracht worden. Hij had nooit een letter van den inhoud gelezen, maar hij koesterde toch, ofschoon zijn kennis veel van bet bezit van een vat buskruit had, hetwelk hij niet zien en waarmee hij nog veel minder schieten mocht, een groot genoegen in deze geheime aangelegenheid.

Terwijl Reinout het zegel verbrak en de papieren doorvloog, bleef hij dan ook, op eenigen afstand wachtend, het gelaat van zijn heer met aandacht gadeslaan, niet omdat daar iets te zien was, want Meerwoude liet zijn gewaarwordingen niet blijken, maar omdat hij zich bewust was de overbrenger van tijdingen te zijn, die een hem

Sluiten