Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vloek, dien hij heimelijk uit den mond der weinige vervallen gedaanten hoorde opgaan, welke liet nog waagden Alva oprecht te haten, het was ook zijn vloek. Ja. hij was even schuldig als deze menschen, zoo zij de vervolging verdienden; en zoo zij schuldeloos waren, gelijk hij wist dat ze waren, zou hij alleen zich die onrechtmatige vervolging laten welgevallen? Was liet edel allen te laten lijden, omdat het verzet den enkele kwetsen kon?

Hij had thans de plaats, waar de vergaderingen dei' Protestanten gehouden werden, bereikt. Men liet hem zonder bezwaar binnentreden ; de kleine gemeenten, die op zulke afgelegen plekken bijeenkwamen, wisten dat zij den verrader niet van hun samenkomsten konden uitsluiten, en ofschoon zij het oord, waar die plaats grepen, geheim hielden, hadden zij het strenge onderzoek, in den beginne naar elk die er aan wilde deelnemen ingesteld, laten varen; zij oefenden het vertrouwen van den zwakke, die de trouweloosheid toch niet weren kan.

Het was een prediking zooals zij in die dagen meestal gehouden werd, een woord van bemoediging tot de versaagden, van hetwelk men niemand wilde uitsluiten, ook al mocht het in een oor vallen, dat alleen luisterde 0111 wat het hooren zou op lippen te brengen, die dat troostwoord konden aangeven waar liet als misdaad onderdrukt zou worden; en zoo sloeg niemand een onderzoekenden blik op Edward, terwijl hij zich onder het gehoor mengde.

En toch waren twee oogen op hem gevestigd, die niet van hem weken; het waren twee, niet onderzoekende, maar sedert zij hem hier zagen ingaan zeer levendig geworden oogen; er schitterde genoegen in hun blik, terwijl zij dien op den jongen man lichtten, want zij zagen het doel eener lange waakzaamheid bereikt.

«Verlaat dit gebouw niet, ik heb u iets te zeggen," fluisterde een stem in Edwards oor, toen de menigte, in gebed verzonken, niet op haar geluid kon letten, en hij herkende met een gevoel van schrik, hem zelf onverklaarbaar, Meerwoudes stem.

Hij keerde zich haastig om, maar de edelman was niet te zien; eerst nadat de prediking afgeloopen was en de toehoorders zich verwijderd hadden, ontdekte hij hem in de schaduw der verhevenheid staande van welke de Protestantsche leeraar zooeven zijn troostende woorden had gesproken.

Of ze ook in Reinouts oor gevallen waren? De prediker had van menschen gesproken, wier lippen gedrenkt waren met bitterheid, en wier hand met een snijdend zwaard gewapend was; dacht hij aan dezulken? Hun doel zou nimmer bereikt worden, had het met blijde hoop geklonken; dacht hij aan die profetie? Misschien niet; Edward echter dacht aan dit alles, nu hij zich van aangezicht tot aangezicht

IN DAQKN VAN STRIJD. III.

Sluiten