Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werk des verraders kan zijn, want het geluk is aan de zijde die liij verlaat. Doch gij spraakt van veranderingen buiten mij om, van tradities van mijn geslacht; wat meent gij.' en hij hief het gebogen hoofd op.

Reinout deed ditmaal geen moeite om zijn waar gevoel te verbergen; uit zijn oogen drong een blik van triomf, en langzaam iedei woord zijn nadruk gevend, vroeg hij: «weet de graaf van Vialeniet, dat zijn naam een slechten klank heeft in kettersehe ooren ?

Edward deinsde terug, en zijn vijand vervolgde hoonend: »of beu ik werkelijk de eerste, die het voorrecht heeft hem zijn aanzienlijke geboorte ter kennis te brengen?"

Het bloed steeg naar Edwards gelaat, hij tastte als bedwelmd om om zich heen. «Mijn moeder was rein als de engelen, vergrijp u niet aan haar naam!" riep hij woest. Hoe deze tijding zijn eigen bestaan brak, dat alles viel weg voor het ééne denkbeeld, dat ze het reine leven zijner moeder nog in het graf scheen te dooden.

Meerwoude had een ander gevolg zijner mededeeling verwacht. Snel antwoordde hij: »uw moeder treft geen schuld."

«En ik zou de zoon van ..."

«Den graaf van Viale zijn? Ja, want zij was zijn eenig wettige gemalin, die hij door een listig bedrog omtrent de echtheid van hun huwelijk misleidde en er toe dreef, den naam aan te nemen dien gij draagt, maar die nooit de uwe was.

Het duizelde Edward; met moeite stamelde hij: «het is onwaar, het kan niet zijn, gij hebt geen bewijzen."

«Ik heb ze; op elk ander tijdstip zou ik u zulk een twijfel aan mijn woord doen herroepen, maar ik zie, dat gij thans in geen toestand zijt, waarin men rekenschap van u zou kunnen vorderen. Bedaar echter, en gij zult niet over gebrek aan bewijzen te klagen hebben."

«Ik ben bedaard;" bevende lippen gaven dit antwoord, maar het bleeke gelaat van den jongen man droeg een uitdrukking van kalmte, die beangstigend was.

Reinout gaf hem de papieren, het blad uit het kerkboek, den brief van den pastoor en Eelco's getuigenis. «Indien ge mijn dienaar verlangt te spreken, zal ik hem tot uw beschikking stellen," zeide hij, en terugtredend liet hij Edward aan zijn lectuur over.

Deze las; hij zag niet de dorre woorden van het kerkformulier, hij las daar het verhaal van de smart zijner moeder, hij las de schande zijns vaders en zijn eigen vertwijfeling; maar hij sloeg «Ie bladen om, als behelsden zij slechts de geschiedenis van een vreemde, en toen hij gedaan had, staarde zijn oog met strak ken blik in de

Sluiten