Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vader! een heerlijk verbond, niet waar? de twee gehate namen vereend, tot één vloek vereend, dat bespaart woorden; o, de naam dien ik draag is hoog geëerd, men heeft hem duizend vervloekingen waard

gevonden!"

«Neen Edward, uw vader had groote schuld, maar zoo gruwzaam

is uw lot niet. Karei de Brénis "

»Dat was zijn naam. Hij heet thans graaf van Viale, de rnac > ïge graaf van Viale; is dat niet een hooge stamboom voor den onbekenden Edward Melville? Zuster Klara, zie mij niet zoo ontzet aan, het is immers een aanzienlijke naam, dien ik noem; en ze hebben hem mij gegeven, nu het te laat is, dat is billijk, zeer billijk, wij moeten allen ons deel dragen in deze tijden; waarom zou de ketter niet de zoon

van een Viale zijn?" .

»Gij spreekt in verwarring; om Godswil, wat meent gij .

Hij zag haar doorborend aan. »Hebt gij <lit niet geweten ?

»Ik zweer u, neen." ,

„Hebt gij niet geweten, dat het beter voor mij ware, als ik begraven lag, en nog beter, als ik deze valsche, ellendige \\eie<

nimmer had gezien?"

«Edward, laster niet; o Heer! moet dit het einde zijn . kreet de non. «Hebt gij dat alles niet geweten? niet dat Viale mijn vader is, en dat hij mij haten zal? want ik ben de vijand zijner leer; o weet het dan nu, en wensch dat ik hier gestorven voor u lag."

Hij verstomde; een hand legde zich plotseling op zijn schouder. «Vind ik u eindelijk, jonker: gij moet dadelijk meekomen. Het was Viales dienaar, die met alle sporen van gejaagheid op het gelaat

voor hem stond.

«Wat wilt gij? wat is er gebeurd?" vroeg Edward.

«Graaf Frank is zwaar gewond en wil u zien."

Frank, het was de eenige naam waarmee het leven hem nog on aantrekken, en hij hoorde dien in verband met een gedachte des doods. Moest dan alles hem ontzinken ? moest hij aan de heide, bij wier naam zijn hart in blijde aandoening trilde, alleen in woorden herinnerd worden, die schenen te zeggen dat hij ze verhezen zou. «Gewond, en er is gevaar?" stamelde hij.

«Ja jonker, ik geloof dat het slecht staat; gij moet terstond komen.

Er zijn oogenblikken waarop zelfs het gevoel van smart een weldaad

is- ook Edward, ofschoon het een hevige schok was, die door zijn leden ging, had een gewaarwording dat de zwaarste last van hem was afgenomen, want hij voelde weer wat hij te dragen had; het was een wereld van angst, jammer en wanhoop, waarop Inj staarde maar hij kon haar beelden toch weer herkennen, zijn denken had

Sluiten