Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij hielden elkaar een wijle omarmd. »0 God, heb dank, zoo is er dan toch één hart, waaraan ik mij openbaren kan," riep Frank vurig, en drukte Edwards hand in de zijne, terwijl hij hem in afgebroken woorden het voorgevallene verhaalde, tot de uitputting hem belette voort te gaan. Na eenig wachten vervolgde hij: »ik mag het u thans vragen; zeg mij, is het een onrecht geweest, dat ik gezwegen heb?"

»Een onrecht?"

«Misschien had ik moeten spreken, moeten trachten mijn vader te winnen voor 't geen ik als waarheid liefhad, maar — ik wist immers, dat het vergeefs zou zijn. En dan, ik had hem zoo lief, ik had den moed niet om hem die smart aan te doen; als het verkeerd was, zoudt gij niet denken, dat mijn dood de schuld uitwischt?"

Die angstige vraag, hoe roerend klonk ze waar zooveel recht tot trots was. »0 Frank, spreek niet van schuld," riep Edward.

»Ze zeiden mij, dat wij alle banden van liefde verbreken moesten, maar ik kon mijn hart niet losrukken van wie mij dierbaar waren, en dan — ik heb menigmaal gedacht, Edward, dat wij liet geloof toch nog niet gevonden hebben."

«Welk geloof?"

»Ik weet het niet; het is er niet en misschien zal het nooit komen; maar ik meen, dat er een geloof moet zijn, nog beter dan dat, hetwelk nu beleden wordt. Er is zulk een oneindige hemel boven ons, en er is geen geloof of het wil hem zoo klein maken, dat hij maar voor weinigen ruimte heeft. Misschien is het dwaling, maar ik denk dat de beste godsdienst de banden der liefde niet zou moeten verbreken, maar ze vaster knoopen; en dan zouden geloof en hoop en liefde niet langer gescheiden, ze zouden één zijn, en ik denk, dat het dan beter, dat het dan het best ware."

«Meent gij dat die tijden komen zullen?"

«Ik kan u niet zeggen of dat zijn zal, maar ik weet dat ik het nu hoop, en het is goed dat ik sterven mag eer die illusie verdwijnt. Ik geloof niet, Edward, dat ik voor dagen als deze bestemd was, en daarom denk ik, dat die tijd nog eens komen zal, dien ik in mijn droomen zag. Ik ben zeer gelukkig, maar het is mij als had ik veel langer geleefd; misschien heeft de toekomst wel geweten, dat ik haar nooit zou zien als zij zich vervuld had, en heb ik haar daarom in mijn gedachten gezien." Hij was gelukkig, zijn woorden spraken waarheid, zelfs nu was hij het. Wiens blik de trekken van Edward met dat heldere gelaat van den stervende vergeleek, hem scheen het, dat niet Frank te beklagen viel. De jongeling zelf ge-

Sluiten