Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook Edward, mocht zijn hart al bloeden, erkende hoe goed dit einde was. Die oogen vol glans hadden zooveel schuld moeten zien, wèl hun, dat zij zich ten minste niet voor den aanblik van bedrog en leugen behoefden neer te slaan; wèl hun, dat zij die niet daar zagen, waar zij eens het voorbeeld van trouw gezocht hadden. Frank ging heen en eerde den vader, die hem liet bestaan geschonken had; het was beter dan te moeten blijven, om verachting, in de plaats van eerbied te doen treden. liet was geen gebed dat Edward ten heinel opzond — zijn ziel had de kracht tot bidden verloren — maar het was een gevoel van dank aan het lot, of hoe de macht heeten mocht die het mensclielijke zijn bestuurde, dat zij Frank althans voor den slag spaarde, die hèm zoo vreeselijk getroffen had.

Op dit oogenblik trad Viale binnen. Hij richtte geen blik op Edward, en daardoor ontging hem de huivering, waarmee deze zich onwillekeurig afwendde. Al zijn aandacht was op Frank gevestigd. Hij trad naar hem toe en vatte de jeugdige hand, waarin nog slechts een zwakke polsslag klopte. De arts, die hem gevolgd was, wilde opnieuw de wond onderzoeken, maar Frank weerde zachtkens zijn aanraking af. »Ilet is toch te laat," zeide hij, »ik dank 11 voor alle hulp, maallaat mij nu rusten."

»Gij zult genezen, de wond kan heelen," riep Viale, zooals hij meende om den jongeling hoop in te boezemen, maar eigenlijk alleen om de vrees, die hem zelf vervulde, gerust te stellen.

Zijn zoon glimlachte: »ja, zij zal heelen, maar niet hier. Vader, hoop niet langer voor de aarde, hoop voor de eeuwigheid; die hoop is schooner, ze is onvergankelijk zooals het leven dat daar begint, oneindig en heerlijk."

De graaf zag zijn kind aan, en plotseling gevoelde hij, dat de leugen, die hen altijd gescheiden had, ook nu tusschen hen trad. Hij zag den dood over dat schoone, jonge gelaat gaan, en voelde dat de hand, die hij in de zijne hield, nooit den trotschen naam zou schrijven, waarop hij voor hem gehoopt, waarvoor hij gewerkt en gezondigd had; maar hij dacht niet aan den dood, hij dacht aan de onsterfelijkheid die hem moest volgen, en hoe hij de eeuwigheid voor het korte tijdelijke verkocht had, hoe hij niet hopen mocht, dat die heldere oogen daar ooit weer werden opgeslagen, want dan zagen zij wat hij altijd had moeten verbergen, dan zagen zij de waarheid. »0, God, het kan, het mag niet zijn; gij moogt niet sterven, Frank, mijn trots, mijn lieveling, dat is te hard!" riep hij vertwijfelend.

De met zoo woeste smart aangeroepene antwoordde niet, hij scheen niets te vernemen.

Viale wierp een blik van wilden angst op den zwijgenden arts.

Sluiten