Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE HOOFDSTUK.

O schone Zeit, Ja neuer Krafte Des Volkes Geist sicli stolz bewusst, Des freien Lebcns erste Siifte Durchströmen die erstarrte Brust: I)a der Parteien wirr Getriobe Vor einem grossen \Vort verschwand, Deni Wort der ewig roinsten Liebe, Dein heil'gen Laute: Vaterland.

Iedere voetstap gaat over een graf, iedere plek is een kerkhof, te droeviger omdat zijn gedenkteekenen vergaan zijn — die klacht heeft zich, jaar op jaar, in de borst van den denkenden mensch doen hooren, en zij zal er zich in altoos nieuwe vormen herhalen, tot de dood opgehouden heeft zijn recht van het leven te vorderen, tot de eeuwigheid beide verzoent. Waar wij terugdenken aan het verleden, daar zien wij de schaduw des doods er op rusten; waar wij vooruitjagen naar de toekomst, daar weten wij dat zijn nacht ze als laatste sluier bedekt; en dat korte oogenblik van het heden, het eenigedat aan het leven behoort, kan zijn vreugde het hart nog bekoren, dat den ernst dier gedachten niet lichtzinnig wegschertst? Ja, want in dien ernst rust een kiem van blijdschap; overal is de vergankelijkheid, maar overal is ook de terugkeer. Elke plek is een sterfbed, maar ook een wieg van nieuw leven, en die eeuwigheid in het tijdelijke, mag de hoop haar niet als waarborg beschouwen van een eeuwigheid, die geen tijd meer zal hebben? Menig huis moest de dood binnentreden, opdat de volle kracht van het leven er ontwaken zou.

Ook voor Edward ging het licht der erkenning eerst op, toen Franks oogen zich voor altijd sloten. Hij had nu niets meer te ontzien; met Frank, den laatste voor wien zijn hart nog in angstige

Sluiten