is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liefde had geklopt, wiens lut hij voor smart bewaren wilde, was elke stem, die hom nog van liet pad dat hij zou willen bewandelen terug mocht roepen, verstomd, en hij kon vrij over zijn bestaan beslissen Hij was alleen, en de eenzaamheid die vóór hem lag sprak ernstig, vragend: »\vat wilt gij doen? waarmee mij vullen?" Waarmee? Liefde en geluk, het blijde bezit en de blijde hoop, zij waren heengegaan, en hij voelde dat ze nooit konden wederkeeren. Het oogenblik was voor hem gekomen, waarop de ziel die alles verloor, wat tot nog toe haar inhoud uitmaakte, met huivering op de leegte ziet, en vol twijfel aan het lot vraagt: wat bleef nog over? Gelukkig, er is een leus voor het bestaan, dat zijn vreugde en zijn hoop moest begraven, ze luidt: arbeid. Een geheele wereld van strijd en zegepraal, van moeite en kracht spreekt uit dat ééne woord, een wereld, door geen ongeluk te vernietigen, want de werkzaamheid is eeuwig, — en haar taal voljeenvoudige waarheid weerklonk ook voorEdward. De arbeid bleef, en daarin zou hij zijn kracht terugvinden. Een stem in zijn binnenste had zich verheven, het was de stem van zijn vaderland, en ze scheen te vragen: »zullen mijn zonen alleen gevoel hebben voor hun eigen klein leed? zullen zij alleen hun wond zien, niet die welke mijn verscheurde borst draagt en waaruit het bloed van duizenden vloeit? zullen zij aan de hand, die mij trof, haatzwaard niet ontrukken?" Door het geheele land ging in die dagen de machtige roeping, en ze vond ook in het diepst gebogen hart weerklank, en richtte het op tot nieuwe daden. Men droogde het oog bij den aanblik die het in zwakker tijden had doen weenen, want het zilte water der tranen heelde niet, het scherpte de wond, en men wilde redden, niet klagen.

Er schenen jaren over Edwards hoofd te zijn heengegaan, toen hij het na dien laatsten slag weder opbeurde, maar een vast besluit stond op zijn verouderd, bleek gelaat te lezen. De man was ontwaakt in zijn borst, de man die ai de schoone droomen van den jongeling in de groeve der vergetelheid wegborg, maar die zich niet neerzette om vertwijfelend daarbij te weenen; neen, die op den wijden akker der toekomst geen oogst meer voor zich zag groeien, en dus besloot voor anderen het veld te bouwen, voor anderen, die misschien rijke vrucht zouden inhalen. In elk edel hart heeft de eeuwigheid één woord geschreven, dat geen tijdelijke kommer kan uitvvisschen, het woord : vaderland. Hij had het altijd bemind, doch thans eerst voelde hij de gansche kracht dier liefde, die dieper schijnt te wortelen, naarmate de bodem, waarin ze staat, ruwer en zonneloozer is; hij voelde haar steun, maar ook wat zij van hem vorderde. Het was zijn vaderland dat hem riep, en hij aarzelde niet meer.