Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De aogstige bedenkingen, die blijven zoolang het leven nog al zijn recht op genot doet gelden, waren voor hem verstomd. Hij zag nu kalm op zijn verhouding tot Viale. De graaf had hem lief, hij wist het, en de eerste verontwaardiging had hem genoeg verlaten 0111 die liefde met rechtvaardigheid te erkennen; maar tusschen hemenden man, die het hart zijner moeder gebroken, die hem zelf jarenlang bedrogen had, en nog bedroog, kon niet de band van vader en zoon bestaan. Viale had alles aan de eer van zijn naam opgeofferd, welnu, die naam zou rein blijven. Edward voelde, dat zijn geheele ziel tegen het denkbeeld zieli verhief, als aanklager van zijn vader op te treden, doch tegenover den graaf van Viale bond hem ook geen plicht. Hij was niet de aanhanger van een partij die zijn vader bestreed, hij was de ouderlooze Protestant, die in de wereld alleen stond en nu het zwaard aangorde om zijn geloofsgenooten te helpen. Er was nog slechts één plicht dien hij gestand had te doen; het was zijn woord aan Frank: voor het vaderland te leven en — testerven.

»Ja, te sterven," (luisterde het in zijn binnenste; «niet zoo schoon, zoo schuldeloos als gij gestorven zijt, maar toch voor de vrijheid, voor de heilige zaak. Ik zal uw schuld betalen mijn broeder."

Er was een zoete klank in dien naam, in al de herinneringen die zich daaraan verbonden. Zij waren broeders geweest, ook al had nooit de mond eens vaders hen zoo genoemd. Het was of Franks heldere gestalte zich voor Viales donkere, onherstelbare misdaad plaatste en het verwijt tot zwijgen bracht, dat zich bij het denkbeeld aan diens bedrog op Edwards lippen drong, terwijl hij haastig schreef: »Ik weet alles. Vraag niet hoe dit geheim tot mij gekomen is, want het zal een geheim blijven. Gij behoeft geen noodelooze vrees te koesteren: uw eigen gevoel zal u dat zeggen, als gij hoort welk een kloof ik vrijwillig tusschen ons heb gegraven. Ik ben Protestant." — Was het de vernietiging welke in deze woorden voor Viale lag opgesloten, die Edward deed aarzelen en hem de behoefte inboezemde, een enkele verzachting aan de wond toe te voegen die hij sloeg? ten minste, zijn hand beefde en hij hield een oogenblik op. Voor zijn geest traden al de uren van geluk, eens in deze woning gesmaakt, en de bede, door Frank voor den schuldigen vader uitgesproken, scheen sterker, scheen onweerstaanbaar te worden. Maar er trad nog een andere figuur uit het verleden te voorschijn; het was zijne moeder met haar vóór den tijd vervallen krachten, haar zwijgend gedragen leed, haar eenzaam vroeg sterf bed; en hij schreef voort, koud en onverbiddelijk: »Het is bij de troepen der Geuzen, dat ik mij ga aansluiten. De papieren, die u konden bedreigen, zijn vernietigd, en zooals ik geheel mijn vorig leven thans der vergetel-

IN UAUKN VAM STRIJD. III. 13

Sluiten