Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid prijsgeef, zoo begraaf ik ook uw geheim." Hij sloot den brief en legde dien op zijn lessenaar. Daar zou Viale hem vinden. Hij kon den graaf te midden van zijn smart over Frank niet toespreken, nu elk woord een verwijt zou moeten zijn; het was beter zoo, zonder afscheid, zonder herinnering, alleen de daad die moest gedaan worden.

En zoo wilde hij ook vertrekken. Geen gedachte aan hetgeen achter hem lag mocht hem vergezellen, alleen de toekomst zou in hem leven. De pistolen in zijn gordel en het zwaard aan zijn zijde, zij waren het eenige, dat hij uit de woning medenam, die hij naar recht eenmaal als gebieder besturen moest. Den moed om te strijden in het hart en de wapens in de hand, zoo trokken er in die dagen honderden uit, en zoo verliet ook hij het paleis van Viale.

Zijn weg, om de poort te bereiken, bracht hem langs Meerwoudes woning. Onwillekeurig hieven zijn blikken zich naar omhoog, als zochten zij nog eens een bekende gestalte. Voor een der vensters stond een sierlijk jong man, het was De I3urge, en hij lichtte ijverig het woord tot de dame, die tegenover hem gezeten was. Edward zag haar gelaat met hoffelijke opmerkzaamheid naar den spreker gekeerd; het was Helene, niet zooals hij haar gezien had, toen zij beiden nog zingen konden: het daghet in den Oosten, maar zooals men haar thans gewoonlijk zag, een minzame, welwillende gastvrouw. De klank van vele stemmen drong tot hem door; zij leefde thans in de wereld, zij was rijk, voornaam, misschien bevredigd, zeker niet meer aan het eenzame verleden denkend. »Zij heeft gedaan wat ook ik doen wil, zij heeft het begraven en vergeten," zeide hij langzaam, «moge zij gelukkig zijn!" En zoo ging hij voort; zijn hart was rustig; arbeid, klopte het, arbeid voor het vaderland, en hij ging dien verrichten ! —

Het was goed dat hij zoo dacht. Er zijn oogenblikken, waarop de mensch geheel aan zich zelf moet toebehooren; wanneer een besluit genomen werd, dat de ziel niet mag en niet kan opgeven, dan is het goed, zoo er ook geen stem weerklinkt, die het tracht te doen wankelen; maar zijn woorden deden Helene onrecht.

De vrouwe van Meerwoude mocht nu een gelaat van kalme tevredenheid vertoonen, als zij alleen was veranderden die trekken, en de eenzaamheid wist, dat Helene van Vredenborg het verleden niet had vergeten. Neen, het was eene ijdele strijd dien zij daartegen voerde; mocht de rol die zij voor de wereld, voor haar echtgenoot, ja voor zich zelf te spelen had, een met berusting aanvaarde taak zijn, het was er geen, waarbij men de schoone dagen vergat toen het hart nog waarheid spreken kon. Zoo Edward slechts een blik in haar binnenste had kunnen werpen, hij zou geweten hebben, dat zijn beeld even diep als vroeger in haar geest leefde. Zij had hem in

Sluiten