Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Zeker; die benden ongeoefend volk, die zich Geuzen noemen, zal hij gemakkelijk uit den weg ruimen, en...."

Zij voelde dat haar hart bijna hoorbaar klopte. »Gij gelooft niet dat de Geuzen kans hebben?" viel zij hem in de rede.

Hij zag den angst op haar gelaat, maar de oorzaak er van giste hij niet. Dat zij de geruchten over Melville kende, kwam niet in hem op, en hij hoorde in haar vraag dus alleen de natuurlijke zorg der vrouw, die aan het lot dacht, dat de aanhangers van den hertog, waaronder haar echtgenoot gerekend werd, zou treffen, wanneer hun verbitterde vijanden zegevierden. Een oogenblik vleide hij zich met het denkbeeld dat die angst hém gold, dat hij dus bemind werd, en een nooit gekend gevoel doortrilde zijn borst. Hij legde zijn arm om haar heen, en zocht, alvorens haar gewaande vrees gerust te stellen, met heimelijk verlangen naar die uitdrukking van teederheid, die hij Edward eens had zien opwekken. Hij vond haar niet. Bleek en smartelijk waren de trekken, die zich naar hem ophieven, maar uit de oogen sprak meer verwondering over zijn vertrouwelijkheid dan de spanning der zorgende liefde. Zij onttrok zich niet aan zijn arm, maar zij zag met bevreemding, dat hij dien om haar heen sloeg, en snel als iemand, die een gift schonk, waar geen armoede vroeg, liet hij hem weder zinken. »Gij hebt niets te vreezen," zeide hij koel.

Helene was onder mannen opgevoed, en lafhartigheid was de eigenschap die zij geleerd had het meest te verachten. Met zekere hevigheid vroeg zij: «wanneer toonde ik u zulk een zwakheid, dat gij mij dien troost moet geven?"

«Naar uw gelaat te oordeelen was hij waarlijk niet onnoodig; ik vermoed dat de Amazonen een andere uitdrukking toonden. Nu, ze zijn ook niet meer in de mode; misschien dat zij met den oorlog er weer bovenop komen, maar nu vinden wij een kleine tint van vrees iets onmisbaars in een beminnelijke vrouw."— Als Reinout zijn ontstemming verbergen wilde, dan waren deze woorden niet goed gekozen, zij klonken te scherp; Helene had een gevoel als waren zij uit fijn, puntig staal geslepen. «Ik dacht dat dit een tijd was, waarop onze angst niet persoonlijk behoefde te zijn," hernam zij.

«Gij meent, dat ons volk bij den kamp veel te lijden zal hebben; waarom begon het ook dien onzinnigen opstand?"

«Het is hard zijn vrijheid te verliezen;" antwoordde Helene met een geheim zelfverwijt dat deze vrees niet haar grootste, haar eenige geweest was.

«Ik zie niet in dat men een grijsaard, die te zwak is om den haan over te halen, in 't bezit van een geweer laten moet, waarmee hij

Sluiten