Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»De proef is te nemen."

»\Vat u zelf betreft, — mocht men argwaan scheppen, dan knnt gij u, eer de uitslag de onderneming 11 verraadt, in mijn leger vervoegen."

»lk vrees geen argwaan eer het voor hen te laat is, om de ontdekking, die zij maken zullen, op mij te wreken. Zijn zij eenmaal in uwe macht, dan zou ik een openlijke verklaring toch niet langer willen uitstellen; er is aan mijn rol te veel onaangenaams verbonden, om ze niet moede te worden."

Al va knikte; »ik begrijp dat, maar wees gerust, de aanklachten, die tegen u opgaan, zullen niet lang weerklinken. Doch nu uw verdere plannen ?"

»Mij dunkt, zij behoeven geen uiteenzetting meer; wat ik nu in t geheim doe zal ik dan openlijk doen, den koning dienen in het ambt dat ik van Zijn Majesteit hoop te ontvangen."

»En welk is dit ambt?"

Het was ol de doordringende blik van den hertog de vermetele wenschen, die op Reinouts lippen rustten, reeds gelezen had, zoo scherp klonk zijn vraag, maar Meerwoude antwoordde bedaard: »stadhouder van Braband."

Een vale tint overtoog het gelaat van den landvoogd. «Dat is na de waardigheid van regent de eerste betrekking in deze gewesten."

»Ja; ze is onbezet."

Alva's oogen fonkelden. «Bescheidenheid," zeide hij met een korten lach, »is uw fout niet; weet gij, dat de prins van Oranje tevergeefs naar dit ambt heeft gedongen?"

«Dat is de oorzaak van mijn verzoek," drong zich op Meerwoudes lippen, maar hij antwoordde slechts: «daaruit bleek mij, dat de regeering het alleen in vertrouwde handen leggen wil, en vatte ik dus moed er aanspraaak op te maken."

Beide mannen zagen elkander scherp in de oogen. Zij voelden ieder, hoe gevaarlijk de ander was, en toonden het, Alva door een dreigenden blik, Reinout door een glimlach.

«Schijnt de post van landvoogd u niet nog begeerlijker?" vroeg de hertog.

«Dat is Uwe Excellentie," gaf Meerwoude veelbeteekenend ten antwoord.

Alva legde de hand op zijn schouder. «Gij ziet ver," sprak hij; «er is echter nog iets buiten de toekomst, waaraan gij moet denken, dat is het verleden. Herinnert het u geen lauwheid die aan verraad, geen uitdaging die aan overmoed grensde? Hebt gij de rol, die thans de Geuzen van u aanschouwen, nooit voor Spanje willen spelen? ik

Sluiten