Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den graaf van Yiale, wiens waardigheid hij had op te houden, was geweken; misschien kon zich daarom de vader zooveel levendiger doen gevoelen; en welken troost bracht het dien, dat men den eersten met al het ontzag behandelde, aan Alva's gunsteling verschuldigd? Wat baatte het dat de Spaansche landvoogd zelf, alle geruchten die over Franks verwonding omliepen voorbijziende, hem een bezoek van deelneming had gebracht, en dat zelfs Edwards vertrek uit Brussel zijn welwillendheid niet had kunnen verminderen? Wat baatte het, dat een hooger titel dan hij nu droeg hem waarschijnlijk wachtte, dat men te Madrid zijn ijver roemde? er was geen titel op aarde, die de korte, met geen verwijt gemengde en toch zoo verwijtende woorden van zijn zoon kon uitwisschen, die den angel uit zijn hart kon wegnemen, welke er zich te dieper inboorde, naarmate hem de troost ontzegd was, die een uitspreken van zijn smart hem had kunnen schenken. Hij moest zwijgen, zwijgen terwijl de pijn daarbinnen knaagde en hem beschuldigend toelluisterde: «waar is uw verstooten miskende zoon ? waarheen hebt gij hem gedreven ? wee u! een ketter hebt gij van hem gemaakt." Dat woord was het bitterste; het sprak uit, dat Edward een verworpene was en — door hèm. Zooals hij rusteloos in de vertrekken zijner nu zoo stille woning heen en weer liep, scheen het of zijn gedachten slechts ééne vraag kenden, niet wat er gebeurd zou zijn indien hij anders gehandeld, indien hij zijn zoon erkend had, maar of hij anders had kunnen handelen. Neen, na dat eene, onherroepelijke feit, dat over zijn gansche leven beslist had, was elke volgende daad een noodzakelijkheid geworden; na zijn eerste schuld was iedere nieuwe zonde slechts het kind eener moeder geweest, die hij niet meer kon dooden.

Zijn eerste schuld! — hoe ver lag het tijdperk achter hem, waarop hij huiverend het dichte kleed had weggerukt, dat haar beeld nog voor zijn oogen verborgen hield. Waren er werkelijk jaren geweest, dat hij haar afzichtelijk gelaat niet in slapelooze nachten naast zijn legerstede zag verrijzen ? Was hij werkelijk de vroolijke knaap geweest, op wiens beeldschoone trekken een teedere moeder zoo bewonderende blikken wierp? te bewonderend helaas, want zij zagen alleen de schoonheid van die blauwe oogen, dat hooge voorhoofd, die blozende vormen, niet de uitdrukking van trots en eigenzinnigheid, die soms plotseling datzelfde oog fonkelen, dat voorhoofd rimpelen en die wangen verbleeken deed. De kleine hand, die zich bij iederen toorn zoo krampachtig balde, zij kon ook, waar het gold een sterkeren te bestrijden, zoo dapper toeslaan, dat de blikken der moeder wel met behagen op den knaap moesten staren, die alleen van een drietal zonen was overgebleven. Twee- waren in de oorlogen van Karei den

Sluiten