Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij had haar gehuwd en haar bezit had hem waarlijk gelukkig doen zijn. De zaligheid eener eerste liefde is groot genoeg om ook een eerzuchtige natuur voor eenige maanden te bevredigen, en zoolang haar genot nog nieuw was, had het op hem denzelfden invloed geoefend, dien de parelende wijn heeft, als hij den geest opwindt en alle bezwaren leert vergeten. Maar gelijk de wijn, die een poos stond, zijn vuur verliest, zoo had ook de verslappende gewoonte zijn gloeienden hartstocht bijna op hetzelfde oogenblik doen verflauwen, waarop die volkomen bevredigd was. Johanna was zeer schoon, maar ook de volmaaktste schoonheid is eindelijk gezien; zij aanbad hem, maar ook de teederste aanbidding kan niet altijd nieuwe otters brengen, en daar zij hem alles gaf, kon hij te beter opmaken, wat zij hem niet kon geven. Haar opvoeding was, zooals zuster Klara van haar vernomen had, stijf en ingetogen geweest; haar kennis van de wereld reikte niet verder dan de stad waarin zij geleefd had. Zij kende geen taal dan van haar land, en had nooit geleerd de luit te bespelen, de galearde te dansen of eenige uren aan de toilettafel door te brengen, welke kunsten aan de voorname dames eigen waren, al bezaten ze misschien geen degelijker kundigheden dan de Utrechtsche burgeres.

Wat Viale betrof, hij had er zich gemakkelijk in kunnen schikken een vrouw te hebben, die van staatkunde en geschiedenis niets wist, ja, hij zou zich in nog minder hebben geschikt dan Johanna hem kon bieden, ware hij niet zoo uitsluitend tot haar beperkt. Misschien had zijn hoogmoed, wanneer de blikken der wereld op hem hadden kunnen rusten, het zelfs niet aangenaam gevonden de bewondering met zijn vrouw te deelen, of te zien dat zij de aandacht trok door andere eigenschappen dan die, welke rnen niet in den man zoekt, schoonheid en lieftalligheid. Maar hij was alleen met haar, en moest al wat hij zocht in haar vinden. De gade, die eenige uren aangenaam vullen kon, bezat het vermogen niet hem den ganschen dag te boeien. Hij begon zijn eenzaamheid drukkend te voelen en waagde het niet ze te verbreken. Hij verlangde naar het leven in de wereld, en zag toch dat hij Johanna niet in dat leven brengen kon. De man, wiens loopbaan gemaakt was, mocht eischen, dat men de duizend kleinigheden, waarin zijn echtgenoot te kort kwam, verschoonde, — de niet rijke, onbekende adellijke kon daarop geen aanspraak maken. Hoe beminnelijk het in de gravin van Egmond wezen mocht, wanneer zij het spinnewiel hanteerde, de burgerlijke Johanna Rovéne kon er op rekenen, dat men spottend zou zeggen: die arme! zij heeft ook geen adellijk wapen te borduren.

De schaduwzijden van zijn echt begonnen hem duidelijk te worden

Sluiten