Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijn voltrokken was. Op den geestelijke alleen kwam het aan, en de geestelijke was zeer arm. Als hij voor goud toegankelijk was, als hij het blad, dat Viale's onbezonnen eed behelsde, uit zijn kerkboek nemen en vernietigen wilde, dan — met wegsleepende gemakkelijkheid schetste de verleiding het bereiken zijner wenschen.

Er is eene eigenaardige sophistiek, die alleen het misdrijf verzelt. Het is of de gronden voor een daad talrijker worden, wanneer zij haar besten grond, de rechtvaardigheid, mist; want het is bij duistere plannen als met den blinde, het gevoel is voor alles scherper geworden behalve voor het licht.

Hoe meer Viale over de voordeelen der schuld nadacht, te geringer scheen hem die schuld. Was hij dan eigenlijk zoo misdadig, wanneer hij zich van de vrouw losmaakte, die geen kracht had hem te binden? Hij had haar het leven eenigen tijd doen genieten, zooals zij nooit had kunnen hopen te genieten; hij zou voor haar toekomst zorgen, zoodat zij en het kind, dat zij hem moest schenken, voor geen geldelijke verlegenheid behoefden te vreezen, daartoe zouden zijn nieuwe rijkdommen hem in staat stellen; wat was hierbij voor haar zoo te beklagen? De oneer, die op haar kleven zou? Zij was slechts een burgerlijke, en daarenboven, zij kon naar een plaats gaan waar men haar niet kende; zeker, zij had een veel gewetenloozer man kunnen treffen dan hij was. Zijn eenige fout bestond daarin dat hij te deugdzaam was geweest; hij had de bevallige burgerdochter nooit tot zijn gade moeten maken; maar mocht deze overdreven rechtschapenheid zijn geheele leven verwoesten? Zoo hij thans een band moest verbreken, dien ook zijns gelijken heilig noemden, het was omdat hij hem daar gelegd had, waar zij in vrijheid meenden te mogen genieten. Zij waren niet in verzoeking, hèm lokte alleen de hoogste prijs van die strenge baan, tot nog toe bewandeld; hun voorbeeld dekte hem en zou ieder verwijt afweren. Dat het niet de sterkste strijder is, dien een vreemd schild dekken moet, en dat zijn eigen lippen zijn daad veroordeelden door te bekennen, dat hij den last harer verantwoordelijkheid niet wilde dragen, was een te eenvoudige waarheid om ze door het waas van kunstmatigen leugen, dat hem reeds omgaf, nog te zien.

Hij werd meer en meer in die valstrikken verward. De rusteloosheid van een voortdurende innerlijke tweespalt maakte zich van hem meester. Hij kon zich zelf niet overwinnen, en gevoelde toch dat hij streed. Wanneer de geduldige, vragende blik zijner jonge vrouw op hem rustte, scheurde voor oogenblikken de bedriegelijke nevel vaneen, en hij wilde de macht der verleiding breken, maar de eenzaamheid verdichtte dien telkens opnieuw. Geslingerd tusschen neiging

Sluiten