Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»

en plicht, tusschen geluk en eer, waren zijn dagen een kwelling die onlijdelijk scheen, en dat deze toestand zou ophouden, wanneer hij maar eens het besluit van afstand doen moedig genomen had, kwam niet in zijn gedachten op. De brief, waarin hij zijn gade verried, werd geschreven, en Viale vertrok naar zijn nieuw verblijf.

De stap was gedaan, en toch zou het onrecht zijn te zeggen dat hij alles reeds beslist waande. Als een uitkomst, die hein den weg opende welken hij zoo gaarne wilde inslaan, zonder hem geheel van het pad des rechts af te leiden, was de gedachte in hem verrezen, dat het mogelijk zou zijn, Johanna na den dood van zijn bloedverwant, als hij in 't bezit van diens erfdeel was, te erkennen. Hij wilde zijn bedrog door bedrog goedmaken, of liever hij wilde zich overtuigen, dat hij zijn echtgenoot verraden en toch haar trouw blijven kon. Terwijl hij den priester omkocht om de wettelijke bewijzen van zijn huwelijk te vernietigen, en naar de plek ging waar hij niet gehuwd mocht zijn, wilde hij zich nog steeds wijsmaken, dat hij niets gedaan had om zijn echt te verbreken. Hij vertrok met de illusie dat hij nog altijd kon terugkeeren, hij zocht althans die illusie te koesteren, en wie kan bepalen, of dat niet waarlijk geloofd wordt, wat men van ganscher zieler gelooven wil?

In 'teerst hield hij ook in zijn nieuwen kring aan dat denkbeeld vast. Ofschoon zijn brieven koel waren en weinig verlangen uitdrukten naar weerzien, spraken zij toch nooit van een voortdurende scheiding. Zoolang hij kon, stelde hij zijn beslissing uit; en toen hij die. eindelijk meedeelde, hadden zijn gedachten haar reeds zoo geruimen tijd als noodzakelijk erkend, dat liet hem weinig moeite kostte, ze onder woorden te brengen.

Er zijn wezens, jonge, bekoorlijke schepseltjes, die in haar nabijheid ieder onweerstaanbaar betooveren, en die toch in de verte weinig gemist worden. Haar beeld leeft meer in het oog dan in het hart. Ze zijn als bloemen; op de plek waar zij bloeien bewonderd en gezocht, maar vergeten zoodra de blik zich afwendt en nieuwe, even schoone ontdekt. Misschien zeggen de lippen nog eens: »wat een heerlijke bloem stond daar," en de hand strekt zich uit — om een andere te plukken. Viale had geen oog voor de innige liefde van zijn vrouw, voor haar opoffering en zorg; al wat geen schitterende verven droeg scheen hem kleurloos; alleen haar schoonheid had zijn blik tot haar getrokken, en met den afstand, die zich tusschen hen plaatste, zweeg de laatste stem, die in zijn borst nog ter gunste deiarme Johanna sprak. Hij zag niets meer van haar bevalligheid, die hem had kunnen teruglokken, maar hij zag al de bezwaren die hem verwijderd moesten houden. Het waren groote bijna vorstelijke

Sluiten