Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land, en de groote wereld, die vol verwondering vroeg wie de jonge man was die nu als graaf van Viale zou mogen optreden, vernam spoedig dat de gelukkige erfgenaam in den vreemde plotseling overleden was. Eenigen tijd daarna werd de groote erfenis door een anderen bloedverwant van den graaf opgeëischt, en niemand vermoedde dat de bezitter der papieren, die zijn recht staafden, dezelfde man was, dien men binnen den loop van weinige weken eerst benijd, toen beklaagd had. Viale, zooals hij zich thans noemde, wilde elk aandenken aan den jonker de Brénis uitwisschen; daarom bleef hij op reis en keerde eerst na verscheidene jaren terug. Ilij behoefde geen herkenning te vreezen. Niet de gebruinde kleur van zijn gelaat, niet de rimpels in zijn voorhoofd, die hem oud maakten eer zijn jeugd verstreken was, veranderden hem zoo geheel, het was de harde, ongenaakbare uitdrukking op zijn trekken, die het zelfs Johanna Rovéne moeielijk zou hebben gemaakt den schoonen geliefde met zijn helderen lach te herkennen, te gelooven dat dit de man was wiens blik zoo bewonderend op haar gerust had. De vrouw, die bij zijn komst op de graaflijke goederen aan zijn arm hing, had die uitdrukking van teederheid nooit gezien. Het was de in Frankrijk gehuwde gade, wier rijkdom hem tot het schitterende hofleven in staat stelde, dat hij nu zou voeren; een fraai gekleede pop, wier waarde in haar goud bestond. Hij schonk haar zijn titel, zijn genegenlieid vroeg en verwierf zij niet. Het was een huwelijk uit de groote wereld; hij zag in zijn gade alleen de vrouw die hem een erfgenaam schenken moest, een zoon in wiens loopbaan zich zijn eerzucht verblijden kon. De eerste levendige aandoening van gevoel, die zijn hart na het afscheid van Johanna weer deed kloppen, toonde zich op zijn koud gelaat, toen die wensch vervuld werd. Met een kreet van zaligheid begroette hij zijn kind; nu zou zijn geluk volkomen worden, en met overmoedige vreugde zag hij om zich heen; niet dankend boog hij de knie, neen lier hief hij de oogen naar omhoog en zijn lippen jubelden ; hij waande zich boven de macht der ontzettende schuld verheven, waarmee hij dit geluk had gekocht.

IJdele, nog in dat eigen uur bestrafte droom! Bij de wieg van frank had hij geleerd, hoe die ééne schrede tusschen recht en onrecht ook smart en zaligheid gescheiden houdt. Zijn pasgeborene in do armen drukkend, had hij nogmaals al de verrukking gevoeld, die de menschelijke borst in haar heerlijkste uren doortrilt, maar bijna tegelijk had hij ook een stem gehoord, die hem zeide dat hier zijn laatste uur van geluk werd gesmaakt. Hij had die aandoening, welke hem later altijd bekroop als Franks heldere oogen hem aanzagen, toen voelen opkomen, en geweten dat ze hem nooit meer verlaten

Sluiten