Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou. Zoolang hij in den vurig verlangden zoon slechts een stamhouder en erfgenaam tegemoet zag, zoolang had hij kunnen smeeken: mocht ik vader worden! doch toen de graaf van Viale zijn geslacht verzekerd zag, en naast den hoogmoed des edelmans ook de liefde zich deed gelden, toen had hij gevoeld, dat het bitter is met onreine lippen den eersten vaderkus te geven. Hij had vergeten, dat titel en rijkdom niet het eenige zijn wat ouders aan hun kind wenschen over te doen, dat zij ook hun denkbeelden en gevoelens in de jonge ziel willen storten, wier lichaam naar hun trekken gevormd is; en pas toen zijn hartstochtelijke verrukking al wat hij bezat ook aan zijn schoonen knaap geven wilde, toen had een vreeselijke herinnering hem gezegd, hoeveel er was, dat hij niet geven kon.

Zijn gedachten en voornemens mochten nooit in het hart wonen, naar welks kloppen hij teeder luisterde; de blauwe oogen, die hun eersten blik in de wereld sloegen, mochten nooit op de geschiedenis van zijn leven rusten, en dat natuurlijke gebed: »mocht mijn kind worden als ik, beter ja en wijzer, maar toch mijn kind!" — hij kon het nooit bidden. Op dat uur, waarin de man nog eens een rijkdom voelt, even groot als dien zijner eerste liefde, had hij zijn schuld leeren kennen en zich zelf veroordeelen. De bedwelmende drank der zonde openbaarde hem haar gift, nu hij uit den kelk der hoogste zaligheid zijn eerste berouw moest drinken. Een doodelijke angst greep hem aan; het was de vrees voor een ontdekking van zijn misdrijf door zijn eigen kind. Al de wenschen, die hij er voor gevormd had, schenen nu zooveel dreigende gevaren te worden. Waar hij den adeltrots van zijn zoon in gedachten aankweekte, daar hoorde hij een bange stem vragen: wat zal de jongeling, wiens hoogmoed het was een graaf van Viale te zijn, gevoelen, als hij ontdekt dat een onwettige verbintenis hem het leven gaf? Waar hij zich Frank in het bezit van alle ridderlijke deugden voorstelde, daar sprak diezelfde onverbiddelijke stem: te strenger zal hij zijn schuldigen vader rechten. De liefde was weder in zijn borst ontwaakt, en daarmee ook de schaamte. Hij hechtte zich vurig aan den knaap, daarom sidderde hij voor diens verachting. Het was of de stem van zijn geweten hem uit Franks gelaat toesprak, en verkondigde dat God hem in dit kind zou straffen. Had zijn geloof hem niet van de misdaad kunnen terughouden, het nam een te strenger wraak. God, de onverbiddelijke rechter, deed hem sidderen; hij trachtte tevergeefs in de genoegens der aarde de schrikbeelden te vergeten, die voor hem verrezen, waar hij de oogen angstig ten hemel hief. De vermaken van het hol verblindden hem niet, de droomen der eerzucht duurden niet lang genoeg om zijn slaap te vullen. Hij greep naar

Sluiten