Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een andere uitkomst. Waar hij den prijs zijner zonde niet opgeven wilde, daar beproefde hij Gods gestrengheid af te koopen. Hij werd een dier gevaarlijke dwepers, die de zwakheid van vroeger dagen slechts te strenger maakt, en die zich zoo gaarne voorstellen Gods zwaard te zijn, wijl zij vaak wonden toebrengen. De kerk bood hem alle voorrechten van heerschappij en onderwerping tegelijk aan. Zij gaf hem het recht in wereldsche zaken te heerschen, en beloonde hem voor zijn onderwerping in het geestelijke met de gansclie bescherming, die haar uitgebreid gezag kon verleenen; uit haar absolutie putte hij de kracht die zijn zonden hem ontroofd hadden. Ilome's aflaat wischte zijn schuld uit en liet hem in 't bezit van al haar voordeelen. De hoogmoedige graaf zou geen genade hebben aangenomen, waar aardsche stemmen die aanboden, maar de kerk was een hemelsche instelling; zelfs zijn trots, voelde zich hier niet vernederd, en wat nog door menschelijke handen, door de priesters harer leer ging, dat betaalde hij met zijn vurigen ijver. Rome bezat geen onverzoenlijker tegenstander der ketters dan Viale. Of hun geloof schadelijk was, bekommerde hem weinig, doch hun ongeloof aan de kerk wapende zijn arm met niet te verbidden wrok. In haar alleen was de macht der verzoening die zijn schuld vergeven kon, met den twijfel aan haar was hij reddeloos veroordeeld. Geen der ongelukkigen, die hij zoo meedoogenloos vervolgde, vermoedde dat de graaf van Viale hem als een rechter beschouwde; geen dat hij in ieder, die de kracht van Ilome's absolutie verwierp, een vijand zag, voor wiens oog hij, werd zijn geheim ooit ontdekt, als een misdadiger zou staan, en dien hij daarom haatte gelijk iedere schande haar getuigen haat. Hij trof niet alleen den ketter, hij trof den persoonlijken vijand, wiens ongeloof hem scheen te brandmerken.

En dit was nog niet het ergste. Diep op den bodem van zijn hart hadden zij nog een ander gevoel verwekt, een huiverend gevoel dat hem deed ineenkrimpen, wanneer het in de zalen, waar hij over hen terecht zat, hem plotseling aangreep.

Hoe grooter het aantal der ketters werd, hoe grooter de kracht hunner gronden ieder schijnen moest, en als een ontzettende mogelijkheid kwam dan de gedachte in hem op, dat ze eens misschien ook hem konden overtuigen. De golven van het ongeloof stegen hooger en hooger; als zij ook over hèm heensloegen en hem dwongen de rots der kerk los te laten, als ook hij twijfelen moest! —rechtvaardiger dan de stem eener afgekochte vergiffenis sprak de stem des oordeels in zijn geweten.

Het was een noodelooze vrees; zijn karakter, neigingen, smaak en kennis, alles moest hem in de armen der kerk houden; maar juist

Sluiten