Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om alle verdere woorden op te vangen; zouden ze haar vermoeden bevestigen? Helaas, zij maakten het tot meer dan een vermoeden. Zij vernam Lucia's vraag en die toespeling van Eeleo, die zelfs niet meer twijfelachtig heeten kon; het was haar lot, dat zoo in den mond harer bedienden leefde; verpletterend kwam dit bewustzijn over haar liei, onderdrukt hart. Zij had nog genoeg zelfbeheersching om zich haastig van t raam terug te trekken, opdat niemand haar ontsteld gelaat zou zien, maar den uitroep van pijn, die zich op haar lippen drong, kon zij niet terughouden. «Waarmee heb ik dat verdiend?" steunde zij.

Op dit oogenblik ging de deur open en Reinout trad binnen. De huivering, waarmede zij bij het geluid van zijn stem ineenkromp, deed hem de hevige ontroering gewaar worden, die al haartrekken te kennen gaven, en hij scheen ook nog een ander gevoel te verstaan dat daaruit sprak, want hij vroeg op bijna scherpen toon: »is er iets bevreemdends in mijn komst, dat ze u zoo doet ontstellen ? wat is de oorzaak van dien zonderlingen schrik?"

Had zij tijd gehad om zich van den ontvangen schok te herstellen, zij zou getracht hebben zich te bedwingen, door al wat haar reeds lang verloren geloof aan Reinouts onschuld kon steunen in zich wakker te roepen, maar thans kon ze slechts met een gebaar van Mees en huivering zich van hem afkoeren; zij beantwoordde zijn strenge vraag niet.

Het scheen of ook hij hun tot nog toe gevolgd stelsel van bemanteling niet meer kon voortzetten. »Helene," begon hij, «onze verhouding is van een aard, die niet blijvend mag zijn; het zal goed wezen zoo wij elkander eindelijk leeren verstaan; ik wil weten wat er tusschen ons is, dat mijn echtgenoot beven doet als ik haar nader."

Zijn toon was niet geschikt om een bekentenis te verlichten, maaide doodsangst voor dien tweestrijd tusschen argwaan en vertrouwen, waaronder zij geleden had, gaf haar een wanhopigen moed. Zij wilde het uiterste wagen, zij wilde zien wat een oprechtheid vermogen zou die alles uitsprak, en zoo antwoordde zij: «Reinout, God weet dat ik een goede vrouw voor 11 heb willen zijn, doch ik was minder sterk dan ik dacht; ik kon het niet overwinnen, dat gevoel in mijn hart, dat ons scheidde, hoe ik ook bad één met u te worden. Ik heb gezwegen, ik dorst het u niet bekennen, want ik vreesde u onrecht te doen, inaar het is beter dat ik u alles zeg; als ik u zonder grond verdacht heb, vergeef mij dan ter wille van al het leed dat die gedachten mij bereid hebben. Zij zag hem diep en vorschend in de oogen, en sprak met bevende stem: «toen gij mijn hand vroegt, geloof ik dat vriendschap u dien edelmoedigen vorm deed aannemen 0111 mijn vader

Sluiten