is toegevoegd aan uw favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWA ALFDE HOOFDSTUK.

Zn arm fiir Lust, tïir Schincrz zu schal uml nied'rif?, Ein Trunk, nicht werth <lass man sich d'ran berausche, So, Lcbcn, nannt' ich dich; du rachst dich jetzt. Von allen Itliithen auch nü'ht Kinc Frucht,

Aus der Uedanken unermees'nem Schatz Nicht Eincn Trost als — Tod!

Terwijl Helene haar nieuwe schuilplaats vond, wat was er in het hart van den man, dien zij ontvluchtte, omgegaan?" Hij had het vertrek zoo kalm verlaten, had zijn gemoed den doorgestanen schok reeds overwonnen?

Inderdaad, hij was kalm. De verdooving, die op elke hevige pijn volgt, waartegen hoop noch vrees meer iets vermogen, gaf hem die bedaardheid waarmee hij, na de snijdende woorden zijner gade, was heengegaan. Een duister bewustzijn, dat hij niets meer te zeggen of te doen had en er nog tijd genoeg zou wezen om het onveranderlijke zijn recht te laten wedervaren, was over hem gekomen.

Zwijgend zette hij zich in zijn kamer neer. Het was er fraai en rijk, maar eenzaamheid zag hem uit dien rijkdom aan. Toen zijn blik over de marmeren groepen ging, die haar versierden, kwam het hem voor, dat alles om hem heen, als dat marmer was, schoon van vorm, maar koud, een koude die nimmer te verwarmen viel. Neen, nimmer! De oogen, die een nieuw licht op deze voorwerpen konden brengen, hadden hem met een uitdrukking aangezien, waarop geen blik van liefde meer volgen kon; en de lippen, die van liefde moesten spreken, hadden hem woorden gezegd, hard en kil als die steen.

O, dat hij Helene had kunnen haten! Het zou een bevrediging geweest zijn haar hoon met even snijdende ironie te beantwoorden, maar zulk een antwoord was hem ontzegd. Hij beminde haar, zelfs nü beminde hij haar, en ook de doodelijke beleediging, hem aangedaan, kon zijn wrok niet opwekken. Als in strijd met zijn eigen