Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijn vriendelijke Vargas, zult gij er voor boeten," mompelde hij; de gedachte aan zijn wraak vormde een welkome afleiding voor zijn kwellende overpeinzingen. Eenige malen ging hij haastig, met gebalde vuist, op en neer, maai' bedenkend hoe onnoodig hem dit vermoeien zou, zette hij zich weer en wachtte tot het donker werd. Toen verliet hij de schuur, beklom zijn paard en sloeg den bekenden weg in. Hij reed stapvoets, tot hij vermoeden kon dat liet geluid deihoefslagen niet meer zou worden gehoord; toen zette hij het dier in draf. Aan de snelheid, waarmee hij nu voortkwam, was alles gelegen. Zoodra zijn vlucht bemerkt werd, zou men hem vervolgen; het was zaak zoo ver mogelijk voor te zijn. Zijn beste kans was, dat men hem waarschijnlijk niet op den openbaren weg, maar op een ander minder bezocht pad zou wanen en hem daar vervolgen. Hij liep gevaar, daarover maakte hij zich geen illusie, maar zijn toestand was nog niet hopeloos. Ongeveer twee uur reed hij voort zonder hindernissen te ontmoeten, toen liet hij zijn paard zachter gaan en maakte een plan voor zijn verderen tocht. De Geuzen zouden hem niet tot aan het kamp der Spanjaarden durven volgen; ze konden hun rit zonder gevaar niet verdei' uitstrekken dan tut een ouden lindeboom aan den viersprong, waar ook de weg, dien hij had ingeslagen, uitkwam.

Maar zou het hem mogelijk zijn dat reddende punt te bereiken ? Hij vorderde minder snel dan hij gehoopt had, en een pijnlijke angst maakte zich van hem meester. Moesten dan al zijn plannen te gronde gaan ? moest de ijverzucht van een Spaanschen gunsteling hem in zijn hoogste verwachtingen treffen ? of had alleen een noodlottig toeval dien verraderlijken brief, waarom men hem vervolgde, in handen zijner vijanden gespeeld? Met ingehouden adem luisterde hij naar een geluid dat hij in de verte vernam. Konden het zijn vervolgers zijn ? Het geluid naderde ras, het waren de vervolgers. Hij klemde de tanden vast op elkaar en wierp een blik om zich heen. Het was donker, slechts de voorwerpen in zijn onmiddellijke nabijheid kon hij onderscheiden, die duisternis was in zijn voordeel. In de dichte struiken, die van beide zijden den weg omzoomden, kon ze hem verbergen. Met snel beraad vormde hij zijn plan. Hij steeg af, leidde zijn paard voorzichtig door de struiken heen, maakte het vast en verschool zich dan op eenigen afstand tusschen het geboomte. Zijn scherp gehoor overtuigde hem, dat zijn vervolgers zich op het eigen pad bevonden, zooeven door hem verlaten. Zij naderden snel, nog eenige oogenblikken en zij hadden de plaats, waar hij was afgestegen, bereikt. Hij stond geen honderd pas van hen verwijderd, duidelijk hoorde hij het snuiven hunner paarden, die in wilde vaart voortsnelden. Stil, — hielden zij thans niet op? Zouden zij vermoeden? — dicht bij het struikgewas maak-

Sluiten