Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen het werk van omstandigheden, waartegen zijn beleid niets had kunnen doen. Hij, de wijze, de scherpziende, was door het onverstandige, blinde toeval overwonnen! Met spooksel der misdaad en de schim van het berouw, dat zijn onze helsche kwellingen," was er gesproken, maar hij gevoelde een grooter kwelling; hij had willen bidden om zichzelf te kunnen aanklagen; alles was beter dan die leegte van een zielloos noodlot. Zijn oogen waren hem zoo heet en droog, dat tranen hem een weldaad hadden geschenen, al waren 't de tranen van het prangendste zelfverwijt.

Hij richtte zicli op; misschien was ontkomen toch nog mogelijk; maar de krachten begaven hem, vermoeid zonk hij neer. Neen, zijn tijd was om, het einde was daar. Het einde! — welk een dood zouden zijn vijanden hem hebben toegedacht? Hij herinnerde zich een terechtstelling, waar de beul driemaal geslagen had. Waarom leerde de dichter, dat voor het leven van eeuwen en voor dat van éénen dag de dood zich steeds gelijk bleef, even onvei biddelijk, even kort? Menschen konden zeer langzaam sterven. Als de bijl niet sneed, de kogel het hart niet trof, hoelang moest de doodstrijd dan niet duren ? en weer vroeg hij zich, welk einde zijn vijanden voor hem bestemd hadden.

Hij glimlachte. Een soort van welbehagen greep hem aan, toen hij zich voorstelde, hoe zij er waarschijnlijk op rekenden hem te vernederen en te folteren, hoe ze aan zijn stervenssmart zich hoopten te vergasten, en hoe hij hun die vreugde benemen zou. Kon hij hun niet ontgaan, hij zou toch niet levend in hun handen vallen; zijn pistool was gereed, en het schot zou niet falen. Als het zijn moest, dan en het moest zijn. Datzelfde geluid, reeds eens vernomen, drong opnieuw tot hem door. Het was nauwelijks hoorbaar, en hij wist dat het nog eenigen tijd zou duren, eer zij, die het voortbrachten, hem bereikt hadden, maar toch hij herkende dien onheilspeilenden klank. Als tot afscheid zag hij om zich heen. In de verte klepte een klok, en hij sprak halfluid: »gij zult geen nieuw uur voor mij slaan. Hoe wonderlijk dat de minuten, die geen vervolg meer hadden, even rustig voortliepen als die, voor welke nog een ongetelde reeks in t verschiet lag. Hij voelde zijn denkbeelden komen en gaan, een gaan zonder terugkeer; iedere gedachte, die hij nu dacht,zo u hij nooit meer denken; was het daarom dat zij elkander zoo wild voortjaagden?

Een vreeselijke vertwijfeling, het lijden van een geheel menschenleven, saamgeperst in weinige oogenblikken, kwam over hem. Zijn plannen ijdel, Helene op de hoogte van zijn daden, hem verachtend en, door zijn dood vrijgemaakt, de hand aan Edward reikend, — hij stiet een kreet van wanhoop uit, en het bewustzijn van volkomen

Sluiten